Nieuw onderzoek suggereert dat ze er maar niet in slaagden om giftige planten te herkennen.

Dat is kort gezegd de conclusie die onderzoekers van de University at Albany in een nieuw paper trekken. Als ze het bij het juiste eind hebben, zou het betekenen dat de dinosaurussen lang voor de planetoïde op aarde insloeg, al in de problemen zaten.

Vogels en krokodillen

Voor hun onderzoek bestudeerden Gallup en collega Michael Frederick ook vogels (zij worden gezien als afstammelingen van de dinosaurussen). Het onderzoek wijst uit dat vogels geen aversie ontwikkelen op basis van wat ze proeven, maar wel op basis van wat ze zien en dus goed in staat zijn om giftig voedsel te mijden. Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat krokodillen – zij worden eveneens gezien als afstammelingen van dinosaurussen – ook geen aangeleerde smaakaversie kennen.

Twee factoren
Die problemen zouden zijn ontstaan door een combinatie van twee factoren. Eén: de opkomst van giftige planten. Twee: de dinosaurussen deden niet aan wat onderzoekers ‘aangeleerde smaakaversie’ noemen. Dit laatste is een evolutionaire beschermingsmaatregel die je bij veel soorten ziet en waarbij het dier leert om de consumptie van een plant of ander soort voedsel te associëren met negatieve consequenties, zoals: ziek zijn. Een bekende soort die bepaalde soorten voedsel razendsnel met gevaar kan associëren, is de rat. “Eén reden waarom de meeste pogingen om ratten te elimineren, mislukken, is dat zij – net als veel andere soorten – geëvolueerd zijn om met giftige planten om te gaan,” stelt onderzoeker Gordon Gallup. “Wanneer ratten nieuw voedsel tegenkomen, proeven ze meestal maar een kleine hoeveelheid en als ze ziek worden, dan vermijden ze dat voedsel vervolgens, omdat ze de smaak en geur ervan associëren met de negatieve reactie.”

Planten
Terug naar de dino’s, die daar volgens Gallup niet aan deden. De eerste bloeiende planten ontstonden lang voor een planetoïde op aarde insloeg en zouden geleidelijk aan nieuwe, giftige technieken hebben ontwikkeld om zich te beschermen tegen onder meer plantenetende dinosaurussen. Hoewel onduidelijk is wanneer de giftige planten exact ontstonden en hoelang het exact duurde voor ze de wereld hadden veroverd, wijzen Gallup en collega’s erop dat het tijdvak waarin ze zijn ontstaan grofweg overeenkomt met het tijdvak waarin de dino’s geleidelijk aan begonnen te verdwijnen.

“Hoewel de planetoïde zeker een rol speelde, had de psychische tekortkoming waardoor dinosaurussen niet in staat waren om bepaalde planten niet te consumeren de soorten al enorm onder druk gezet,” aldus Gallup. “De heersende visie is dat dinosaurussen uitstierven door de planetoïde-inslag en suggereert dat de dinosaurussen plotseling verdwenen (…) maar het bewijs laat duidelijk het tegenovergestelde zien: dinosaurussen begonnen lang voor de planetoïde insloeg al te verdwijnen en bleven tot miljoenen jaren erna geleidelijk aan verdwijnen.”