We schilderen hartjes voor de verpleging, hebben de ochtendfiles opgelost en de klapzoen afgezworen. Een nieuw tijdperk is aangebroken.

“Dat zou je bijna wel gaan zeggen”, aldus professor sociale psychologie en organisatiepsychologie Mark van Vugt van de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Maar er is wel wat meer aan de hand. In tijden van nood, zoals bij natuurrampen en dergelijke, zie je dat mensen juist graag bij elkaar kruipen. Troost krijgen en geven, elkaar helpen en al die dingen meer. Dat gebeurt binnen families, over generaties heen. Dat zien we hier ook. Mensen willen elkaar helpen en troost geven. Dat is de natuurlijke neiging van mensen.”

Meer racisme en xenofobie
“Het grote probleem is dat we dat juist nu niet kunnen zoals we willen. We moeten deze aangeboren neiging onderdrukken. We moeten afstand bewaren. Op je hoede zijn voor andere mensen, want die zouden goed mogelijk ziektekiemen met zich mee kunnen dragen. Dus er ontstaat een ambivalente situatie. De angst voor ziektekiemen en de achterdocht voor mensen die dat mogelijk met zich meedragen, breidt zich uit. Dit weten we uit onderzoek dat hiernaar gedaan is. Er ontstaat meer xenofobie en racisme. Niet iedere groep mensen wordt nu zo gewaardeerd als het verplegend personeel of ieders oma’s en opa’s. Daklozen en asielzoekers kunnen nu zeker op minder empathie rekenen. Eigenlijk iedereen die we er niet schoon uit vinden zien. Zie je er een beetje viezig uit, dan ben je al meteen verdacht. We worden achterdochtiger en zeker bepaalde groepen mensen gaan dat merken.”


Het is dus niet alleen maar goed nieuws en Van Vugt denkt niet dat we met zijn allen per se aardiger of socialer worden. “De corona-helpers, bijvoorbeeld zijn doorgaans jonge mensen die zich met zeeën van tijd geconfronteerd zien, nu de scholen en universiteiten dicht zijn. Die kunnen dus makkelijk gehoor geven aan die natuurlijke aandrang om te helpen. Ze weten ook dat ze betrekkelijk veilig zijn voor het virus.”

De klapzoen als taboe
Dat het coronavirus voor een veranderde maatschappij heeft gezorgd en in de toekomst zal blijven doen, lijkt de professor wel waarschijnlijk. “De angst zal nog wel even goed in het geheugen blijven van mensen, ook als we het virus overwonnen hebben. In landen waar, historisch gezien, relatief veel infectieziekten voorkomen, gelden er totaal andere sociale regels zoals tot voor kort in Westerse landen zoals Nederland.” Van Vugt verwijst hiermee onder meer naar de studie Guns, Germs en Steel van de Amerikaanse professor aardrijkskunde en evolutiebioloog Jared Diamond, dat verschillende wetenschappelijke disciplines combineert. De studie laat zien dat landen waar mensen meer reden hebben om bang te zijn voor ziektekiemen, er andere sociale structuren op nahouden. “Er is daar veel meer behoefte aan een duidelijke autoriteit. En de gedragsregels zijn veel strenger. Die lijken op de regels die wij nu ook hanteren. Je kust niet zomaar iedereen. Als mijn collega kwam eten en hij bracht zijn vrouw mee, dan gaf ik die drie kussen als zij werd voorgesteld. Nu durf ik, bij wijze van spreken, mijn eigen vrouw amper meer een zoen te geven.” Onze zorgen en angsten zijn veranderd en onze regels veranderen dus mee.

“Het gebruikelijke zoenen en iedereen handjes geven, zal voorlopig van de baan zijn”

Dat roept de vraag op, welke sociale veranderingen we nog meer kunnen verwachten. Dat samenlevingen menen dat zij als geheel anders met elkaar moeten omgaan, heeft namelijk ook met de toenemende globalisering te maken, meent Van Vugt. “Juist omdat verschillende samenlevingen een intensievere handel met elkaar bedrijven, zal de roep om onze eigen cultuur ingrijpend te veranderen, dringend zijn. Het gebruikelijke zoenen en iedereen handjes geven, zal voorlopig van de baan zijn.“


Mogelijk einde globalisering
Gaan we nu voortaan ook een keurig buiginkje maken, als we nieuwe mensen ontmoeten? Misschien, maar er is ook een andere mogelijkheid. Dat het coronavirus het einde inluidt van de toenemende globalisering bijvoorbeeld. “Ook dat kan een tendens zijn. Het zou een heel fundamentele neiging zijn om hierop te reageren met de roep van landen om meer op zichzelf te staan en juist in kleinere groepen landen te gaan samenwerken.”

Individueel maken we nu andere keuzes in handel en in omgang. Ook over Nederland als samenleving zullen we een andere visie ontwikkelen, denkt Van Vugt. “Ik denk sterk aan het collectivisme. Ook dat zie je in landen met van oudsher een infectieziekten geschiedenis en dat ontstaat hier ook al een beetje. Zoals in China. Elkaar helpen, ja. Ervoor zorgen dat je er met zijn allen doorheen komt, ja. Maar tegelijkertijd verwachten we van individuen meer fysieke afstand en zullen we strenger worden op de controle daarop.”

Strenge sociale controle
“Er zijn strengere gedragsregels en we zullen overtredingen daarvan slecht accepteren. We spreken elkaar nu al aan, als de afstand niet groot genoeg is voor ons. En wie haalt het nog in zijn hoofd om in het openbaar zijn neus te snuiten? Het minste of geringste kuchje op straat, willen we nog onderdrukken. In het openbaar de keel schrapen, durven we niet, uit de natuurlijke angst dat we daarop zeker zullen worden aangesproken. We krijgen geheid een lagere tolerantie voor afwijkend gedrag. Zogenaamd lollig gedrag om toch iemand te willen kussen of voor een grapje een hoestbui veinzen, zal door de meeste mensen sociaal afgestraft worden. Ook als corona weg is, zullen we dat voorlopig blijven doen. Alleen maar omdat corona over een poosje weg is, betekent dat niet dat onze angst ook meteen weg is.”

Als Nederlanders kunnen we voorlopig dus afscheid nemen van de voor ons zo karakteristieke drie zoenen bij iedere kennismaking en ontmoeting. En dat afscheid van onze knuffelcultuur doen we niet door het de hand te schudden of het nog klapzoenen na te geven. Het mag gewoon met de stille trom vertrekken.