Methylkwik hoopt zich op in onder andere kabeljauw, blauwvintonijn en doornhaai en kan zo in ons voedsel terecht komen.

Stijgende oceaantemperaturen en overbevissing kunnen invloed hebben op de hoeveelheid giftige methylkwik in vissen. Dat concluderen onderzoekers in een nieuwe studie gepubliceerd in het vakblad Nature. “We begrepen tot nu toe nog niet goed waarom de niveaus van methylkwik zo hoog waren in grote vissen,” vertelt onderzoeksleider Amina Schartup. Betere maatregelingen omtrent kwikemissies heeft er in het verleden juist voor gezorgd dat de hoeveelheid methylkwik in vissen omlaag werd gebracht. Maar nu lijken deze niveaus weer toe te nemen.

Wat is Methylkwik?
Methylkwik is de afkorting van monomethylkwik. Helemaal correct is de benaming monomethylkwik-kation. Het is een soort organische kwik en is bovendien giftig. Methylkwik hoopt zich op in de voedselketen, wat betekent dat roofvissen bovenaan de voedselketen de hoogste niveaus herbergen. Door het eten van vis kan methylkwik in het menselijk lichaam terecht komen. Blootstelling kan vervolgens het risico verhogen op bijvoorbeeld een hartaanval en zou ook schadelijke gevolgen kunnen hebben voor ongeboren kinderen.

Verschil
De onderzoekers verzamelden en analyseerden data verzameld over de laatste dertig jaar uit de Golf van Maine. Hierbij concentreerden ze zich met name op de roofvissen die zich bovenaan in de voedselketen bevinden, zoals kabeljauw, blauwvintonijn en doornhaai. De onderzoekers besloten gegevens over de maaginhoud te bestuderen die verzameld zijn tussen 1970 en 2000. Uit de analyse rolde een interessante conclusie. Zo blijkt dat de hoeveelheid methylkwik in de kabeljauw in 1970 ongeveer 6 tot 20 procent lager was dan in 2000, terwijl de doornhaai in 1970 juist 33 tot 61 procent meer methylkwik herbergde dan in 2000. En dat terwijl beide roofvissen in hetzelfde ecosysteem wonen en een vergelijkbare plaats opeisen in het voedselweb. Hoe kan dit?


Haring
Het antwoord zit ‘m in hun eetpatroon. In de jaren zeventig namen de aantallen haring enorm af door overbevissing. Zowel kabeljauw, als de doornhaai hebben haring op het menu. Beide roofvissen werden daarom gedwongen over te stappen op een alternatief. Zo begon de kabeljauw kleine vissen – zoals shads en sardientjes – te verorberen die veel minder methylkwik bevatten dan haring, terwijl de doornhaai het op inktvissen had gemunt die juist veel meer methylkwik herbergen. Toen de aantallen haring rond 2000 weer toenam, keerden beide roofvissen terug naar hun vertrouwde maaltje. Hierdoor ging de kabeljauw juist weer meer methylkwik eten, terwijl de doornhaai juist minder tot zich nam.

Stijgende oceaantemperaturen
Ook de oceaantemperatuur blijkt volgens de studie invloed te hebben op de hoeveelheid methylkwik in roofvissen. Naarmate het water opwarmt verbruiken de vissen namelijk meer energie om te zwemmen, wat op zijn beurt weer meer calorieën vereist. Met name snelle jagers en trekvissen verbruiken veel energie. En dus zullen zij meer gaan eten, waardoor ze meer worden blootgesteld aan methylkwik. De Golf van Main is een van de snelst opwarmende oceanen ter wereld. De onderzoekers kwamen erachter dat de hoeveelheid methylkwik in de blauwvintonijn tussen 2012 en 2017 met wel 3,5 procent per jaar was toegenomen.

Conclusies
De onderzoekers stopten al hun bevindingen in een model om een beter idee te krijgen van de toekomst. En daar rolden de volgende conclusies uit. Als de zee nog een graadje warmer gaat worden maar tegelijkertijd de kwikemissies zullen afnemen, zal de hoeveelheid methylkwik in kabeljauw met zo’n 10 procent en zo’n 20 procent in de doornhaai toenemen. Als de zee een graad opwarmt, maar de haringpopulatie wederom keldert, zal dit juist leiden tot een daling van 10 procent methylkwik in kabeljauw, terwijl dit een toename van 70 procent bewerkstelligt in de doornhaai. Maar als de uitstoot met 20 procent wordt teruggeschroefd en tegelijkertijd de zeewatertemperatuur gelijk blijft, dan zal dit het niveau van methylkwik in zowel de kabeljauw als de doornhaai met zo’n 20 procent verlagen.


Als er minder kwik wordt uitgestoten, zal dit de hoeveelheid methylkwik in zowel de kabeljauw als de doornhaai verlagen. Afbeelding: Harvard SEAS

“Klimaatverandering zal de menselijke blootstelling aan methylkwik verhogen,” zegt onderzoeker Elsie Sunderland. “Om ecosystemen en de menselijke gezondheid te beschermen, moeten we zowel de uitstoot van kwik als broeikasgassen beter reguleren. Bovendien is het belangrijk om te weten dat het eten van vis over het algemeen heel gezond is. Als mensen er nu voor kiezen om minder vis te eten zou het goed kunnen dat ze kiezen voor minder gezonde alternatieven.” Volgens de onderzoekers is het daarom duidelijk wat er moet gebeuren. “Ik denk dat we het er allemaal wel over eens zijn dat minder methylkwik in vissen heel goed zou zijn.”