Het is een voorbeeld van razendsnelle evolutie.

Het is bekend dat ontbossing verstrekkende negatieve gevolgen kan hebben. Sommige dier- of plantsoorten kunnen verdwijnen en gehele ecosystemen kunnen ontregeld raken. In een nieuwe studie hebben onderzoekers ontdekt dat ontbossing ook een ander gevolg kan hebben. Namelijk de razendsnelle adaptatie van sommige insectensoorten.

Vlieg
In de studie bestudeerden de onderzoekers de endemische Nieuw-Zeelandse steenvlieg Zelandoperla fenestrata, die op verschillende locaties in het zuiden van Nieuw-Zeeland leeft. Het is bekend dat populaties die in bergachtige gebieden leven, geen vleugels hebben. Populaties die in beboste gebieden wonen, kunnen daarentegen wel vliegen. De onderzoekers bestudeerden de insectenpopulaties rond de boomgrens in zowel beboste als in gekapte gebieden. En dat leidde tot een merkwaardige ontdekking.

De endemische, Nieuw-Zeelandse steenvliegen met en zonder vleugels. Afbeelding: Brodie Foster

De onderzoekers komen tot de conclusie dat er tegenwoordig veel vleugelloze steenvliegen leven op veel lagere hoogtes, in recent beboste gebieden. In de studie ontdekten de onderzoekers daarnaast sterke verbanden tussen recente ontbossing en het verlies van vleugels van Zelandoperla fenestrata. Het betekent dat ontbossing dus ook verstrekkende gevolgen heeft voor deze endemische steenvlieg. Want de bevindingen duiden erop dat de vliegen door ontbossing hun vleugels zijn kwijtgeraakt.

Razend tempo
En dat ook nog eens in razend tempo. Gewoonlijk vinden veranderingen in de evolutionaire biologie plaats gedurende vele duizenden jaren. Maar niet bij de Nieuw-Zeelandse steenvlieg. Genetische analyse onthult namelijk maar weinig verschil tussen gevleugelde en niet-vliegende populaties in de ontboste gebieden. Dit bevestigt dat de steenvliegen over een korte tijdspanne hun vleugels zijn kwijtgeraakt. “Over een korte periode van slechts een paar honderd jaar zijn eerder gevleugelde populaties geëvolueerd en kunnen nu niet meer vliegen,” aldus onderzoeker Brodie Foster.

Waarom?
In slechts enkele eeuwen hebben deze vliegen zich dus aangepast aan een nieuwe omgeving. Maar waarom ze dan hun vleugels zijn kwijtgeraakt? Dat heeft te maken met de winderige omstandigheden die in ontboste gebieden zijn ontstaan, zo vermoeden de onderzoekers. Door de kap van bomen ging veel beschutting verloren. De inheemse insecten werden vervolgens vleugelloos om deze winderige omstandigheden het hoofd te bieden.

Kwetsbaarheid
Hoewel de studie het opmerkelijke vermogen van deze insectenpopulaties aantoont om zich snel aan te passen aan veranderingen in hun leefomgeving, heeft het ook een keerzijde. Volgens de onderzoekers kunnen deze vleugelloze insecten nu namelijk steeds geïsoleerder raken. Daardoor worden ze almaar kwetsbaarder, waardoor ze zelfs lokaal kunnen uitsterven. “Hoewel de meeste van onze insectensoorten relatief veilig lijken, zijn geïsoleerde, vleugelloze populaties potentieel kwetsbaar, zoals ook het geval is voor onze inheemse vogels,” legt onderzoeker Graham McCulloch uit. De Zelandoperla maungatuaensis, een ander vleugelloos insect die in beperkte, afgelegen gebieden rond de Nieuw-Zeelandse plaats Dunedin leeft, is een voorbeeld van een dergelijke kwetsbare, wilde populatie.

Volgens de onderzoekers is het van essentieel belang om deze unieke insectensoorten goed in de gaten te blijven houden. Menselijke expansie heeft de balans van veel ecosystemen over de hele wereld drastisch aangetast. En hoe wilde populaties zich zullen blijven aanpassen en evolueren als gevolg van deze plotselinge veranderingen – zoals ontbossing – blijft grotendeels onbekend. Door middel van monitoring hopen de onderzoekers daar meer duidelijkheid in te krijgen.