Pauw en Witteman zijn twee kritische interviewers. Dat moet ook wel, want de waarheid moet boven tafel komen. Sociaalwetenschappelijke interviewers gebruiken andere trucjes om mensen aan het praten te krijgen, zoals interesse tonen voor de geïnterviewde.

Uit een nieuw onderzoek van sociaal wetenschapper Gerben Moerman van de Vrije Universiteit blijkt dat het niet uitmaakt hoe een interview wordt afgenomen, als er maar gebruik wordt gemaakt van doorvragen. Of dit doorvragen nu gereserveerd, meegaand of prikkelend gebeurt: het heeft allemaal hetzelfde effect.

Om uit te zoeken welke manier van doorvragen in sociaalwetenschappelijke interviews nu eigenlijk het beste werkt, heeft Moerman een grootschalig experiment uitgevoerd. Daarin hebben 36 interviewers 214 interviews met open vragen gehouden onder Amsterdammers. Door gereserveerd, meegaand of juist prikkelend door te vragen, probeerden de interviewers zo goed mogelijk te weten te komen hoe geïnterviewden alledaagse begrippen zoals Amsterdammers, vrienden en allochtonen definieerden.

De conclusies uit Moermans onderzoek zijn verrassend. Het maakt vrijwel niet uit hoe is doorgevraagd. De kwaliteit van de informatie en zelfs de inhoud van de definities van de drie begrippen zijn ondanks heel verschillende manieren van doorvragen, gemiddeld genomen, gelijk. Wel blijkt het belangrijk dat het doorvragen goed wordt gedaan. Uit deze resultaten kan worden afgeleid dat open interviews veel meer bestand zijn tegen verstoringen dan vaak wordt gedacht.