De ruim 6.600 inwoners van het dorpje Bunnik kunnen vandaag nog trotser zijn op hun plaats. Bunnik heeft namelijk een krater op Mars gekregen.

De krater Bunnik is hier groen gemarkeerd.

De krater Bunnik is hier groen gemarkeerd.

De krater heeft een diameter van 29 kilometer en is daarmee veel groter dan de gemeente Bunnik. De naam ‘Bunnik’ is op 14 juni dit jaar goedgekeurd door de Internationale Astronomische Unie. In tegenstelling tot het dorpje Bunnik ligt de Martiaanse krater niet op het noordelijk, maar op het zuidelijk halfrond. De krater ligt ten oosten van de grote krater Newton en ligt tegen het Daedalia Planum. Deze vlakte leidt naar verschillende schildvulkanen, namelijk Arsia Mons, Pavonis Mons en Ascraeus Mons.

Het is niet de eerste Marskrater die vernoemd is naar een Nederlandse stad of dorp, meldt Astronieuws. Zo zijn er eerder al Marskraters vernoemd naar Zutphen, Urk, Edam, Weert, Vaals, Bronkhorst en Amsterdam. Niet Amsterdam, maar Zutphen is de grootste ‘Nederlandse’ krater op Mars. Deze krater heeft een middellijn van 38 kilometer.

Zo krijg je een eigen krater
De naam van de krater is gekozen door geofysicus Tjalling de Haas, die in de gemeente Bunnik woont. Aan Scientias.nl laat hij weten dat het niet heel moeilijk is om een naam voor te stellen. “De aanvraag gaat via deze website“, vertelt De Haas aan Scientias.nl. “Je moet beargumenteren waarom het vanuit wetenschappelijk oogpunt zo belangrijk is dat een bepaalde krater een naam krijgt. Je kan vervolgens een voorstel voor een naam doen. Hier zijn echter wel allerlei regels aan verbonden.” Zo krijgen kleine kraters van maximaal zestig kilometer in diameter een naam van een dorp op aarde. De IAU beoordeelt de naam en neemt deze over of komt vervolgens met een alternatief. “Ik heb vier kraters proberen te benoemen en twee keer is mijn naam overgenomen. Het totale proces duurt een aantal weken. Afgelopen woensdag hoorde ik per mail dat Bunnik als naam was goedgekeurd.”

De Haas is tevreden met zijn ‘eigen’ krater op Mars. “Dat is uiteraard erg leuk,” vervolgt de Nederlander. “Het is bovendien ook erg leuk dat ik nu in mijn wetenschappelijke publicaties kan verwijzen naar de Bunnik-krater.”

Mocht het in de verre toekomst mogelijk zijn om naar Mars te reizen, dan weet De Haas nog niet of hij zijn krater gaat bezoeken. “Zolang het een enkele reis betreft blijf ik lekker op Aarde. Anders zou ik het misschien wel overwegen.”