Wetenschappers hebben een piepkleine, draagbare hersenscan voor ratten ontwikkeld. Normaal gesproken moeten ratten verdoofd worden alvorens hun hersenen gescand kunnen worden, maar met het nieuwe apparaat – de ‘ratCAP’ – kan een rat gewoon wakker blijven en bewegen. Dankzij het apparaat kunnen wetenschappers het gedrag en de bijbehorende activiteit in de hersenen bestuderen.

“Het betekent dat we kunnen kijken hoe de dieren zich gedragen en tegelijkertijd de chemie in de hersenen kunnen observeren,” vertelt onderzoeker David Schlyer. De onderzoekers kunnen ‘live’ zien hoe seksueel, verslavend en depressief gedrag veroorzaakt of beïnvloed wordt door de stofjes in het brein.

Kraag
De hersenscanner heeft wat weg van een soort geplooide kraag en zit rond het hoofd van de rat, zonder het zicht weg te nemen. De ‘ratCAP’ is relatief licht: 250 gram. Toch is dat nog vrij zwaar voor de ratten. Om te voorkomen dat ze last krijgen van de hersenscanner, zorgen de wetenschappers er met een tegengewicht voor dat de dieren het gewicht niet voelen.

WIST U DAT…

…mannelijke ratten minder aantrekkelijk zijn als ze zusjes hebben?

Dopamine
De PET-scanner bestudeert de stofjes in het brein. Bijvoorbeeld dopamine en serotonine. Uit de eerste experimenten blijkt dat de scanner goed werkt. Toen de ratten amfetamine kregen toegediend, nam de activiteit van het stofje dopamine (betrokken bij gevoelens van genot) toe.

Geen last
De ratten kunnen het hoofddeksel zeker drie tot vier uur dragen zonder dat ze er last van hebben. In de toekomst hopen wetenschappers ook andere dieren met een soortgelijke scanner uit te rusten. En uiteindelijk moet de scanner natuurlijk ook het gedrag van mensen gaan bestuderen.

Paren
Voor nu hebben de wetenschappers hun handen vol aan de ratten: ze hopen de hersenen te bestuderen terwijl de dieren paren. Vooralsnog is dat lastig: de ratten vertonen wel seksueel gedrag, maar tot echt paren is het nog niet gekomen. Het lijkt erop dat de draagbare scan een afknapper is.

Het volledige onderzoek is terug te vinden in het blad Nature Methods.