Onderzoekers denken van wel. Onduidelijk is echter wat dat betekent voor het klimaat.

Op de bodem van de Noordelijke IJszee zijn heel wat kraters te vinden. Ze zijn niet ontstaan door inslagen, maar door toedoen van methaanhydraat (ook wel methaanijs genoemd). Dat is een vorm van waterijs dat binnen zijn kristalstructuur flinke hoeveelheden methaan bevat. Dat methaanijs zat jarenlang opgesloten onder een 2 kilometer dikke laag ijs. Maar toen het klimaat zo’n 12.000 jaar geleden opwarmde, werd die ijslaag steeds dunner en lichter. Hierdoor kon het methaan omhoog komen en ontstonden bolvormige heuveltjes. Doordat de laag ijs op deze heuveltjes alleen maar dunner werd en de druk in de heuveltjes alleen maar toenam, was er maar één uitkomst mogelijk: een explosie. Hierbij kwam het methaan vrij en bleef op de plek waar dat methaan lang opgesloten had gezeten een krater achter.

Moderne heuveltjes
Wetenschappers hebben nu op de bodem van de Noordelijke IJszee verschillende voorlopers van die kraters gevonden: bolvormige heuveltjes die soms tot wel 500 meter groot zijn. Het is voor het eerst dat dergelijke heuveltjes buiten permafrost-gebieden worden aangetroffen.

Wegsijpelen
De onderzoekers denken dat het een kwestie van tijd is voor ook deze heuveltjes veranderen in kraters. “Hydraten zijn stabiel bij lage temperaturen en onder hoge druk,” vertelt onderzoeker Pavel Serov. “Dus de druk van 390 meter water erboven houdt ze nu stabiel. Maar het methaan sijpelt uit deze heuveltjes.” Zo ontstaan stromen methaan die er soms bijna in slagen om het oppervlak van het water te bereiken.

Hoeveel methaan er vrijkomt als de heuveltjes abrupt ineenstorten, is onduidelijk. Ook is niet te voorspellen wanneer dat gebeurt. “Een relatief kleine verandering in de watertemperatuur kan deze hydraten snel uit balans brengen. We hebben echt geluk gehad dat we ze in dit stadium hebben kunnen observeren. En we zullen waarschijnlijk nog tijdens ons leven in staat zijn om deze heuveltjes significant te zien veranderen.”