Drie van elkaar gescheiden populaties blijken genetisch flink van elkaar te verschillen.

Lang dachten onderzoekers dat alle sneeuwluipaarden tot de soort Panthera uncia behoorden. Maar het is iets ingewikkelder, zo schrijven onderzoekers in het blad Journal of Heredity. Er blijken namelijk drie sub- of ondersoorten te zijn.

De sneeuwluipaard (ook wel sneeuwpanter genoemd) komt in zo’n twaalf landen in Azië voor en woont op grote hoogte (doorgaans in gebergten die meer dan 3000 meter hoog zijn). Hoewel het leefgebied van de sneeuwluipaarden vrij afgelegen ligt, worden de dieren toch bedreigd. De landbouw en veehouderij rukt steeds verder op en daardoor krijgen de prooien van de sneeuwluipaarden – en dus ook de sneeuwluipaarden – het steeds moeilijker. Ook wordt er op de sneeuwluipaarden gejaagd voor hun vacht. Hoeveel sneeuwluipaarden er nog zijn, is niet bekend. Het WNF schat dat hun aantallen tussen de 4000 en 6500 liggen.

Drie populaties
Een populatie dieren wordt bestempeld als een ondersoort als er duidelijke genetische verschillen zijn tussen deze populatie en de moedersoort. Die duidelijke genetische verschillen troffen de onderzoekers bij drie populaties sneeuwluipaarden aan. De drie populaties hebben elk hun eigen leefgebied en die drie leefgebieden worden van elkaar gescheiden door bergen en een woestijn.

De namen
De drie ondersoorten hebben elk een eigen naam gekregen. Panthera uncia irbis vinden we in het gebied rond de Altaj (een gebergte dat grofweg op de grens van Rusland, China, Mongolië en Kazachstan ligt). Panthera uncia uncioides houdt zich op in de Himalaya en op het Tibetaans Hoogland. En dan is er nog Panthera uncia uncia. Deze houdt zich op richting het westen, in de nabijheid van de bergketens Tiensjan en Pamir en de Transhimalaya. P. uncia irbis wordt van de andere subsoorten gescheiden door de Gobiwoestijn. De P. uncia uncioides en P. uncia uncia ontmoeten elkaar niet door de Transhimalaya.

Het onderzoek is heel belangrijk, stelt onderzoeker Jan Janecka. Onderscheid maken tussen de verschillende subsoorten heeft verschillende voordelen. “Allereerst krijgen we zo een beter beeld van de evolutie en ecologie van de soort.” Daarnaast biedt het handvaten voor maatregelen die gericht zijn op het behoud van de sneeuwluipaarden. “Er kunnen plannen ontwikkeld worden die specifiek zijn afgestemd op de uitdagingen waar sneeuwluipaarden in een specifieke regio mee te maken hebben.”