Chili’s Atacamawoestijn was ooit minder droog. Wetenschappers beweren dat er ooit meren voorkwamen, die groot genoeg waren om kleine nederzettingen te voorzien van drinkwater.

De 970 kilometer lange Atacamawoestijn loopt langs de westkust van Zuid-Amerika. De woestijn ligt tussen twee bergketens, die voorkomen dat water de valleiën bereikt. Daarmee is de Atacama de droogste plek ter wereld, met uitzondering van de polen.

Toch was het ooit een stuk natter. Wetenschappers hebben de resten van zoetwaterplanten, slakken en micro-organismen in zoutlagen van de woestijn. Dankzij koolstofdatering kunnen de onderzoekers concluderen dat er 9.000 tot 25.000 jaar geleden meren en moerassen voorkwamen in de Atacamawoestijn.

Veel archeologen denken dat de eerste Zuid-Amerikaanse kolonisten die langs de westkust van Zuid-Amerika trokken het hart van de droge Atacamawoestijn vermeden. Maar misschien wandelden ze toch gewoon door de Atacama heen, omdat nu blijkt dat de woestijn toen vruchtbaarder was dan gedacht.

Het vruchtbare gebied had een oppervlak van 600 vierkante kilometer. De onderzoekers denken niet dat de meren en moerassen ontstonden door regenbuien boven de woestijn. Mogelijk regende het toentertijd harder boven het Andesgebergte en stroomde het water de Atacamawoestijn in. Toen dit duizenden jaren later stopte, transformeerden de zoetwatermeren in zoutwatermeren, om uiteindelijk compleet op te drogen.