De vogel die ons altijd voor de voeten loopt, heeft blijkbaar besef van tijd en ruimte.

Dat suggereren experimenten waarbij duiven voor een computerscherm werden gezet. Op dat scherm verschenen lijnen die of 6 centimeter of 24 centimeter lang waren en die of 2 of 8 seconden in beeld bleven. Vervolgens moesten de duiven door op één van vier symbolen te tikken met de snavel aangeven hoe lang de lijn was óf hoelang deze in beeld was gebleven. En als ze dat goed deden, kregen ze iets lekkers.

Ietsje moeilijker
Vervolgens maakten de onderzoekers het de duiven wat lastiger. Ze herhaalden het experiment, maar nu werden er veel meer lijnen met verschillende lengtes getoond. Bovendien wisten de duiven op voorhand niet of ze de lengte van de lijn of de tijdsduur moesten beoordelen. “De taak dwingt de duiven om tijd en ruimte tegelijkertijd te verwerken, omdat ze niet weten naar welke dimensie ze gevraagd worden,” legt onderzoeker Edward Wasserman uit.

Eén hersengebied
En dat deden de duiven dan ook. De duiven oordeelden dat langere lijnen ook langer te zien waren en dat lijnen die langer te zien waren ook langer waren. In andere woorden: de lengte van de lijn was van invloed op het beeld dat de duiven hadden van de duur dat de lijn te zien was. En andersom. Het wijst er volgens Wasserman op dat duiven deze abstracte concepten niet afzonderlijk van elkaar verwerken, maar daarvoor één hersengebied aanspreken.

Die wisselwerking tussen tijd en ruimte werd eerder ook gezien tijdens vergelijkbare experimenten met mensen en primaten. En later zou blijken dat die wisselwerking speelde in de pariëtale cortex, een onderdeel van de hersenschors. Maar duiven hebben dit hersengebied niet. Dus de vogels moeten een ander deel van het brein gebruiken om onderscheid te maken tussen tijd en ruimte. “De hersenschors is niet uniek als het gaat om het beoordelen van tijd en ruimte,” stelt onderzoeker Benjamin de Corte. “Duiven hebben andere hersensystemen die ze in staat stellen om deze dimensies waar te nemen.”