expansie

Dat mensen zich 100.000 jaar geleden razendsnel over de aarde verspreidden, werd mogelijk ingegeven door conflicten.

Het is best opmerkelijk: meer dan 100.000 jaar geleden verspreidden archaïsche mensen zich vrij langzaam over de aarde. En die verspreiding werd vaak ingegeven doordat een populatie groeide of er ecologische veranderingen optraden. Maar zo’n 100.000 jaar geleden werd alles opeens anders: in een razendsnel temp verspreidden mensen zich over de aarde en gingen ze zelfs in heel onaantrekkelijke, moeilijk toegankelijke gebieden wonen. Lang was onduidelijk waarom onze soort toen opeens haast kreeg. Maar wetenschapper Penny Spikins denkt nu het antwoord te hebben. Het heeft alles te maken met veranderingen in de relaties tussen mensen.

Samenwerken
Om te kunnen overleven, gingen mensen steeds meer met elkaar samenwerken: ze waren afhankelijk van elkaar. Naarmate mensen meer gingen samenwerken, raakten ze ook steeds gemotiveerder om soortgenoten die niet wilden samenwerken of afspraken niet nakwamen, te identificeren en te straffen. En daarmee ontwikkelden mensen ook een ‘duistere zijde’, zo stelt Spikins. Er ontstonden morele onenigheden doordat vertrouwensbanden werden geschaad en mensen zich verraden voelden. En die onenigheden konden leiden tot een handgemeen of erger. Het zorgde ervoor dat mensen liever wat afstand namen van de groep of het individu waarmee ze in conflict waren. “Morele conflicten maken mensen mobieler: de furieuze ex-bondgenoot of ex-vriend of groep die uit is op wraak of gerechtigheid en gewapend is met een giftige speer of projectiel is een goede reden om weg te gaan,” stelt Spikins.

“Morele conflicten maken mensen mobieler: de furieuze ex-bondgenoot met een giftige speer is een goede reden om weg te gaan”

Graslanden
Zeer oude mensachtigen verspreidden zich niet over de hele wereld, maar leefden vaak in een specifiek omgeving, zoals graslanden. Rond 1,6 miljoen jaar geleden trok Homo erectus vanuit Afrika Azië binnen. Een verhuizing die werd ingegeven door de behoefte aan meer omvangrijke graslanden. Neanderthalers woonden op hun beurt weer in koude en droge delen van Europa. En zo had elke mensachtige een gebied waarin deze zich thuisvoelde en dat gebied werd begrensd. Onder meer door het soort landschap en het klimaat in dat gebied; een Neanderthaler zou bijvoorbeeld niet zomaar in een gebied gaan wonen dat niet droog en koud is, want in een koud en droog gebied presteert de soort het beste. Maar zo’n 100.000 jaar geleden werd dat dus anders; mensen trokken naar verre streken die soms moeilijk te bereiken waren. Tijdens die reizen namen mensen risico’s. Ze trokken naar de koude delen van Noord-Europa, doorkruisten delta’s en woestijnen, toendra’s en soms zelfs zeeën.

“Het actief koloniseren van en via gevaarlijk terrein is moeilijk te verklaren als je alleen naar pragmatische keuzes kijkt,” stelt Spikins. Maar ze zijn gemakkelijk te verklaren als we aannemen dat mensen elkaar naar het leven staan; een goede reden om – zelfs als dat heel gevaarlijk is – naar een afgelegen gebied te vluchten. “Hoewel wij onze verspreiding over de aarde zien als een symbool van ons succes, wordt deze deels ingegeven door een duistere, minder collaboratieve zijde van de menselijke aard.”