De wildste verhalen doen zich de ronde over E-nummers. Sommigen mijden ze daarom voor de zekerheid. Anderen vanuit de stellige overtuiging dat er iets goed mis is met die stofjes. Weer anderen lachen de bezwaren weg en blijven ze nuttigen. Hoe zit het nu? Zijn E-nummers te vertrouwen?

Wie zijn voorraadkast opentrekt, zal al snel tot de conclusie komen dat ze praktisch overal inzitten: de zogenoemde E-nummers. In afbakbroodjes, kroepoek, ingeblikte rode kool, koekjes, en ga zo maar door. En elke keer hebben ze weer een andere functie. Soms doen ze dienst als emulgator (bedoeld om vet en water te vermengen). Dan weer als glans- of conserveermiddel. En soms als smaakversterker. Hoewel de E-nummers al een tijd in omloop zijn en ook op grote schaal in voedsel terug te vinden zijn, zijn ze zeker niet onomstreden. Met name online zijn genoeg artikelen te vinden die beweren dat sommige of zelfs vrijwel alle E-nummers onveilig zijn.

E-nummers
E-nummers bestaan uit de letter E en een getal. Bijvoorbeeld: E950. In dit voorbeeld staat de code voor Acesulfaam-K, een kunstmatige zoetstof die ongeveer 200 keer zoeter is dan suiker. De code stelt fabrikanten in staat om kort op het etiket te vermelden wat er allemaal in voedsel zit, maar geeft bovenal aan dat deze toegevoegde stof door de Europese overheid is goedgekeurd en dus veilig is.

Chemisch
“Mensen zijn E-nummers op een gegeven moment gaan zien als chemische voedseladditieven,” bevestigt Fred Brouns, hoogleraar Health Food Innovation aan de Universiteit Maastricht. “En dat is een eigen leven gaan leiden.” En dat is spijtig, want de aanname dat E-nummers chemisch en dus schadelijk zijn, is simpelweg incorrect. Neem pectine in jam (onderdeel van de celwanden van planten en vruchten als appels en pruimen, red.): het is een natuurlijke stof, maar heeft ook een E-nummer. Hetzelfde geldt voor vitamine C dat soms wordt toegevoegd om ervoor te zorgen dat producten langer houdbaar zijn.

Veilig
Ze zijn dus niet allemaal chemisch. Maar zijn ze wel allemaal veilig? Brouns kan daar kort over zijn. “De stoffen met E-nummers zijn de meest onderzochte en meest veilig componenten in ons voedsel.” De ‘E’ in het E-nummer duidt aan dat de stofjes goedgekeurd zijn door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). En EFSA gaat niet over één nacht ijs. Voordat een stof een E-nummer krijgt, wordt deze uitgebreid onderzocht. En komen er nieuwe onderzoeken uit die de veiligheid van een stof in twijfel trekken, dan doet EFSA opnieuw onderzoek. “Elk E-nummer heeft een heel dossier.”

Te veel
Ook de claim dat we te veel van deze E-nummers binnenkrijgen, kan direct naar het rijk der fabelen worden verwezen. Fabrikanten mogen E-nummers namelijk niet onbeperkt aan hun producten toevoegen. Hoeveel er van een met E-nummer uitgeruste stof in een product verwerkt mag worden, is bij wet geregeld.

“Zelfs het American Institute for Cancer Research stelt dat aspartaam veilig is.”

Aspartaam
Maar als E-nummers zo veilig zijn, hoe is dan het idee ontstaan dat ze dat niet zijn? Vaak is dat idee gebaseerd op (oud) onderzoek dat niet representatief is voor de werkelijkheid. Brouns neemt aspartaam, een bekend en in de publieke opinie omstreden E-nummer, als voorbeeld. “Oud onderzoek toont aan dat aspartaam in heel hoge doseringen kanker zou kunnen bevorderen. Later onderzoek toont aan dat aspartaam in de hoeveelheden waarmee wij het innemen absoluut veilig is. Maar de publieke perceptie blijft dat aspartaam gevaarlijk is.” Zelfs wanneer overheden die mythe met nieuw onderzoek proberen te ontkrachten, verandert die publieke perceptie niet. Sterker nog: het werkt averechts. “Het publiek stelt dan: ‘Nu hebben ze weer al onderzoek gedaan naar aspartaam, blijkbaar is er dus toch nog twijfel over de veiligheid’.” Zo blijven mensen de veiligheid van aspartaam – ondanks dat wetenschappelijk onderzoek herhaaldelijk aantoont dat aspartaam veilig is – in twijfel trekken. “En dat terwijl er geen enkele reden tot zorg is. Zelfs het American Institute for Cancer Research stelt dat het veilig is.”

Marketing
Marketeers springen handig op de angsten van consumenten in. “Er komen producten op de markt die gepresenteerd worden als ‘producten zonder E-nummers’. Dat is puur marketing. Alsof een product zonder E-nummers zo bijzonder is. Het enige verschil tussen een product met E-nummers en een product zonder E-nummers is dat het eerste meer bewerkt en het tweede minder bewerkt is.”

Terugdeinzen voor E-nummers hoeft dus niet. Maar dat wil nog niet zeggen dat we producten met E-nummers boven producten zonder E-nummers moeten verkiezen. “E-nummers zijn absoluut veilig. Maar wie gezond wil eten, doet er goed aan om ook vers voedsel te nuttigen.” En zo komen we toch weer uit bij het ultieme geheim van een gezonde levensstijl: variatie!