vuilnisbak

Volgens de overbekende slogan begint een beter milieu bij onszelf. Ondanks dat we weten dat we slecht bezig zijn, doen we er zelf eigenlijk niets aan om dit te veranderen. Waarom? Zijn we zo lui of zijn we gewoon ontzettend hardleers?

De opwarming van de aarde is een belangrijk issue. We zijn ons er allemaal van bewust dat het gebeurt. Helaas weten we ook dat het langzaam gebeurt. En dus zien we het niet als een directe bedreiging en doen we niet wat we zouden moeten doen. Gevolg is dat het uiteindelijk te laat is om ook weer langzaam in positieve zin te veranderen en denken we straks met z’n allen: “Had ik maar..”

Earth day
‘Oplossingen’ die we in de wereld roepen zijn goed bedoeld, maar hebben lang niet dat effect dat nodig is. Bijvoorbeeld Earth Day. Wie kent het? Elk jaar is die dag er weer: één dag waarop iedereen ter wereld milieubewust zou moeten consumeren. Maar wie is daar nu van op de hoogte? Door het logo van Google kwam het dit jaar bij de mensen terecht, maar dat logo verandert iedere dag zowat dus veel mensen hebben het niet eens opgemerkt. Ook al zou de hele wereld het gezien hebben en weten wat die zogenoemde Earth Day inhoudt, dan nog had het niet genoeg effect. We kunnen op Earth Day wereldwijd wel een verschil maken in de snelheid waarop we onze enige aardkloot naar de filistijnen helpen. Maar wat ál die mensen wereldwijd de overige 364 milieuónbewuste dagen teweegbrengen, is iets wat onherroepelijk onomkeerbaar is. Daar brengt één dagje milieubewustheid echt geen verandering in, net zo min als een wekelijkse balansdag ervoor zorgt dat iemand op gewicht blijft.

Gedrag
Oplossingen die we tot nu toe bedacht hebben, werken dus niet, althans niet voldoende. Het zou mooi zijn als door Earth day iedereen wat beter na zou denken en voortaan elke dag de moed heeft om milieubewust door te brengen. Waarom gebeurt dat niet? Gedrag van mensen veranderen is moeilijk, om wat het ook gaat. De reclames die ons milieubewust gedrag bij zouden moeten brengen – al is het maar voor even – werken dan ook maar zelden. Psychologische barrières houden ons tegen te luisteren en actie te ondernemen, ondanks de steeds dichterbij komende en groter wordende milieuproblemen. Hoe moeilijk is het om papier te scheiden en dozen hiervoor klein te maken en eens in de zoveel tijd aan straat te zetten? Een kleine moeite om op weg naar de supermarkt even lege wijnflessen en glazen potjes in de glasbak te gooien, die moeite nemen we voor plastic flessen immers ook. Niet omdat we zo met het milieu bezig zijn. Nee we krijgen 25 cent per fles! Joepie! Buiten de plastic flessen om lijkt het erop dat we gewoon ontzettend lui zijn. We vertikken die simpele dingen te doen. We vinden milieuvervuiling en klimaatverandering met z’n allen wel belangrijk, maar het blijft onder aan ons ‘to-do-lijstje’ hangen. Maar waarom? Onbewust hebben we daar zes goede redenen voor:

Iemand neemt de moeite om zijn glas gescheiden in de glasbak te gooien. Foto: bw14.

Iemand neemt de moeite om zijn glas gescheiden in de glasbak te gooien. Foto: bw14.

1 Onzekerheid
We weten met z’n allen goed dat er iets aan de hand is. Maar wát het probleem precies is, wat ertoe leidt en welke gevolgen het in de toekomst heeft, is ons eigenlijk een beetje een raadsel. Het lijkt alsof iedereen steeds wat anders zegt. De ene keer horen we dat het allemaal wel meevalt en extreme gevolgen zoals droogte of overstromingen maar een hele kleine kans hebben om te gebeuren. De andere keer horen we dat het klimaat verandert en dat dit steeds sneller gebeurt. Twee verschillende berichten die beide erop duiden dat klimaatverandering wel degelijk aan de orde is, maar ze lijken tegenstrijdig omdat ze net een ander stukje van het grote geheel belichten. Door die schijntegenstrijdigheden raken we helemaal in de war en weten we niet meer wat er nu echt aan de hand is. Er ontstaat onwetendheid door bekendheid. Wanneer u dan hoort dat de aarde toch echt opwarmt en u naar buiten loopt, snapt u er al helemaal niets meer van – waar blijft die hittegolf anders? Opwarming van de aarde lijkt dan best onlogisch, maar als u even nadenkt snapt u wel dat het weer niet hetzelfde is als het klimaat al kan ‘opwarmende aarde’ wel die indruk wekken. Waar het op neerkomt is dat we denken dat er geen eenduidig beeld is, bijna de helft van de mensen in 2010 dacht dat wetenschappers het onderling niet eens waren over of de opwarming van de aarde nu wel of niet begonnen was. terwijl dat dus wel het geval is. Wij mensen hebben duidelijkheid nodig, anders begrijpen we het niet, lijken oplossingen zinloos en neemt ons ‘groene’ gedrag af. We hoeven maar door iets te twijfelen en we geven ons eigen belang het voordeel van de twijfel,.

2 Ontkenning
Omdat het niet duidelijk genoeg is en er geen vaste lijn lijkt te zitten in de berichten die wetenschappers of overheden bekendmaken, ontstaat bij ons ongeloof in de berichten die wel naar buiten komen. Het vertrouwen is weg en wij veranderen ons gedrag niet, al helemaal niet wanneer die verandering óns geld kost. Dan maar ontkennen dat er een probleem is. We kunnen niet geloven dat onze manier van leven op de aarde niet blijvend kan zijn en gaan met een gerust gevoel door met consumeren, produceren en het milieu vervuilen. Mensen zijn in onze ogen ook niet de veroorzaker van klimaatproblemen. Er is ‘zóveel’ wat buiten ons toedoen eraan bijdraagt: dieren en hun uitstoot, bosbranden die al bestonden voor wij mensen het vuur überhaupt uitgevonden hadden en eerdere klimaatveranderingen van de aarde, vóórdat de mens er was. We ontkennen het probleem en dat wij dat probleem veroorzaken. We reageren zelfs op nieuwsberichten afkomstig uit de wetenschap met onze eigen ‘deskundigheid’ – wij weten het zelf immers altijd beter – waarin we letterlijk vertellen dat er geen probleem is en dat psychologen met onze hoofden proberen te knoeien om mee te doen aan eco-vriendelijke onzin. Reacties waar onze deskundigheid duidelijk in uitblinkt. We reageren emotioneel en trekken het ons wel aan. Maar het probleem zelf ontkennen we. Een theorie (terror management theorie) stelt dat mensen het probleem ontkennen omdat klimaatverandering hen herinnert aan hun sterfelijkheid. Vervolgens doen we juist heel hard ons best om onze eigen bedreigde overtuigingen te verdedigen. Dus krijg je die tegenaanval waarin we overtuigd het tegendeel ‘bewijzen’.

De omvang van het Arctische zee-ijs op 26 augustus 2012, de dag dat het tot zijn kleinste omvang gekrompen was volgens satellietmetingen van meer dan dertig jaar. Afbeelding: Scientific Visualization Studio, NASA Goddard Space Flight Center.

De omvang van het Arctische zee-ijs op 26 augustus 2012, de dag dat het tot zijn kleinste omvang gekrompen was volgens satellietmetingen van meer dan dertig jaar. Afbeelding: Scientific Visualization Studio, NASA Goddard Space Flight Center.

3 Uitstelgedrag
Ondertussen krijgen we toch het vermoeden dat er wel iets aan de hand is en zijn we natuurlijk ook bereid ons steentje bij te dragen aan een beter milieu. Maar voor we dit doen, vragen we ons toch af: ‘is een directe oplossing wel echt nodig’? Het probleem laat zich her en der wel herkennen, maar het echte grote probleem komt pas later om de hoek kijken en dat duurt nog járen. De mens is heel goed in opportunistisch denken en stelt goed milieugedrag gewoon uit: het is nog niet echt nodig. Die veranderingen komen later wel, als we ook wat beter weten wát er precies staat te gebeuren en nog duidelijker is hoe we dat (hadden) kunnen voorkomen. Dat het nog jaren duurt, rechtvaardigt onze gedachte dat we ook nog jaren kunnen wachten met veranderen. Eigenlijk stellen we het gewoon uit net zoals andere dingen waarvan we weten dat ze beter voor ons zijn, maar we gewoon geen zin in hebben. Redenen voor uitstellen vinden we toch wel: ‘ik begin in de lente met hardlopen, want nu is het nog te koud.’ In de lente: ‘nu heb ik het zo druk met mijn werk, dat ik in mijn vrije tijd geen fut meer heb om te hardlopen.’ Smoesjes lijken het wel. Net zoals dat mensen denken dat de problemen elders verontrustender zijn. Dat ze daar maar eerst eens veranderen.

4 Gewoonte
We vinden het moeilijk om te veranderen en wijzen daarom maar naar anderen. Waarom is veranderen zo moeilijk? Gewoonte, hoe simpel het ook klinkt, is extreem moeilijk blijvend te veranderen. We noemen het niet voor niets ‘ingesleten gedrag’. De ene gewoonte is meer in ons leven verankerd dan de andere. Zo kunnen de meesten het leven zonder auto zich nauwelijks voorstellen. Autorijden, niet een bepaald milieuvriendelijke manier van ons voortbewegen, is zo vanzelfsprekend tegenwoordig. Maar niet meer autorijden is eigenlijk helemaal niet onmogelijk. We kopen gewoon een auto, misschien wel twee. Een milieuvriendelijke? Nee, waarom zou u – autorijden is hoe dan ook slecht en u rijdt altijd al een benzineslurpende wagen. Simpele gewoonten van veelvuldig gebruik van keukenpapier of plastic tasjes of boterhamzakjes, tot aan lekker lang douchen in het weekend en met de auto naar het werk gaan: ze zijn voor velen vaak dé barrière voor verandering.

We gaan met de auto naar de stad, naar familie en vrienden, boodschappen doen, naar de tandarts, het werk en ga zo maar door. Foto: Dimormar!

We gaan met de auto naar de stad, naar familie en vrienden, boodschappen doen, naar de tandarts, het werk en ga zo maar door. Foto: Dimormar!

5 Controle
Van de dingen waartoe we wel in staat zijn of bereid zijn te veranderen, denken we vaak dat ze te klein zijn. Hoe kunnen die kleine groene daden nu oplossing bieden voor dat wereldwijde gigantische probleem. Door deze gedachte doen we maar niets. We gaan gewoon door met onze manier van consumeren en leven ook in een wereld waarin we bijna mee móeten doen. Het is belachelijk dat we allemaal gemiddeld 1,5 telefoon hebben en steeds weer een nieuwere willen ook al doet de ‘oude’ het nog. We kunnen ons abonnement verlengen of overstappen op een andere provider. Dan is het vanzelfsprekend dat we een nieuwe telefoon erbij krijgen. We leven in overbodige luxe. Neem bijvoorbeeld kerstmis. Er valt wat te vieren en een cadeautje geven is leuk. Maar daar moet wel een mooi papiertje omheen. Anders ziet het er ook zo gek uit onder die gekapte boom met giftige nepsneeuw erin. Hoeveel cadeautjes zouden er in totaal wereldwijd elk jaar gegeven worden denkt u? Allemaal met een nieuw papiertje – verschillende het liefst – we rukken het papier eraf en gooien het weg. Leuk, nieuwe sokken! Normaal pak je die ook niet in een papiertje in. En dan die kerstkaarten die we moeten sturen omdat anderen zich anders gepasseerd voelen. Die staan zo gezellig in de kamer. Maar wat gebeurt er eigenlijk na 2013 met de kaartjes met de tekst ‘en een gelukkig 2013’? Kleine dingen… die samen toch héél groot zijn. Kleine dingen waaraan we onder sociale druk meedoen. Als iedereen die wij kennen kerstkaarten verstuurt, doen wij het ook. We vergelijken al ons gedrag constant met het gedrag van anderen en passen ons gedrag erop aan. Ook als de ‘norm’ slecht gedrag is, volgen wij, want de ‘norm’ is ‘normaal’.

6 Beloning
Ten slotte lijkt het alsof mensen direct resultaat moeten zien om een beloning in het brein te ervaren. Het motiveert ons niet nu goed te doen zodat onze volgende generaties ook nog een mooie natuur kunnen zien, hebben en gebruiken. We lijken wat dat betreft net kinderen of dieren die hun gekregen snoepjes als beloning direct opeten. Ons beloningssysteem komt direct in actie wanneer we een beloning in het vooruitzicht hebben. Wanneer we nadenken met onze prefrontale cortex wordt deze beloning onderdrukt. Goed gedrag beloont ons dus niet ook al weten we dat het in de toekomst goed doet. Daarom hebben we er ook niets aan om zuinig aan te doen met stroom ook al besparen we zo geld, we zien dat pas aan het einde van het jaar als de eindafrekening in de bus ligt.

We kunnen kiezen om ons gedrag in het voordeel van het milieu te veranderen. Het blijft echter onzeker wat de positieve impact van die maatregel is. Toch kost de maatregel ons moeite, tijd en/of geld. Vrienden of familie vinden het misschien belachelijk en dat schaadt ons ego. Misschien vertonen we wel groen gedrag om onszelf een goed gevoel te geven. We kiezen voor dingen die misschien wel goedkoper zijn, ook directe voordelen hebben voor ons of omdat we andere dingen niet ‘kunnen’ veranderen omdat die zo ingesleten zijn in ons gedrag. Die gekozen dingen hebben waarschijnlijk helemaal niet dat positieve effect op de wereld. Omdat we voor ons gevoel toch iets goed doen mogen we van onszelf elders zondigen. Dat heft het effect gelijk weer op. Kortom: we stellen veranderingen uit omdat we het probleem ontkennen of onduidelijk vinden. Omdat we toch iets goed willen doen, zijn we bereid te veranderen maar dat is lastig: gewoonten kunnen we niet veranderen en kleine dingen veranderen heeft volgens ons geen zin. In de tussentijd volgen we slechte gewoonten van anderen op omdat dat de ‘norm’ is en wijzen we toch naar anderen die wel actie zouden moeten ondernemen. Zolang een ander het niet doet, vertikken wij het ook. En dus begint een beter milieu bij een ander.