Het is 1 voor 12 als het gaat om ons welzijn en het milieu. De Duurzame Troonrede liegt er niet om: als we niet hard aan de bak gaan, zijn armoede en vervuiling ons lot.

Ook sociale mobiliteit, voedsel en recht op zorg en educatie liggen onder vuur in de hedendaagse maatschappij als we niet duurzamer zullen gaan leven. “Met alle respect voor de hedendaagse pogingen om duurzamere maatregelen te treffen en in te voeren: die zijn volstrekt onvoldoende.” Aan het woord is spreker van de Duurzame Troonrede 2020, professor in Duurzaam Ondernemen dr. Jan Jonker van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Basisinkomen voor iedere Nederlander
Jonker gooit een harde trefbal richting belastingwetgeving. “We roepen dat we een duurzamere maatschappij willen, maar blijven de continuïteit van de fossiele industrie sponsoren. Dat gaat nu eenmaal niet samen. Het bedrijfsleven in Nederland maakt gebruik van ruim 8 miljard aan belastingvriendelijke regels, afspraken en wetten als het gaat om fossiele brandstoffen. Die kunnen natuurlijk het best worden afgebouwd. We kunnen deze niet, zo húp, het raam uitgooien. Maar dat we er wel degelijk van af moeten, is duidelijk. Een geleidelijke afbouw over de komende 10 jaar, zou een goede oplossing zijn.”


De industrie en de belastingwetgeving zijn niet de enige hoenderhokken waar de Nijmeegse hoogleraar een flinke knuppel in gooit. Zo is een basisinkomen voor iedere Nederlander onontbeerlijk in zijn optiek. “In Nederland is economische ongelijkheid een onderbelicht thema. Maar ik stel voor dat we ophouden arbeid te belasten en in plaats daarvan grondstoffen, uitstoot, vervuiling én vermogen gaan belasten. Nivelleer economische ongelijkheid mede door hogere vermogensaanwasbelasting, waardoor solidariteit gestimuleerd wordt. En dit zou je dus inderdaad moeten ondersteunen met een basisinkomen voor iedereen.”

Transportindustrie moet mee betalen
Dat het hoog tijd wordt, dat grote brandstofverbruikers ook eens in de buidel gaan tasten, is een duidelijk speerpunt voor de professor. “Het is absoluut absurd dat de luchtvaart geen belasting betaalt over kerosine, maar de individuele automobilist wel over zijn benzine. Ook de scheepvaart kan er wat van. Zowel in goederen- als personentransport over zee gaan miljarden aan diesel om. Vrijwel accijnsvrij. Het vaart onze havens uit en zodra het een beetje uit zicht is, vervuilt het onze zeeën. En maar CO2 uitstoten natuurlijk.”

Over de benzine die de automobilist aanschaft, moet belasting worden betaald. Over de kerosine waar de vliegtuigen op vliegen niet. Afbeelding: Holger Detje from Pixabay.

Jonker windt zich op over de principes die we graag zouden willen, maar moeilijk na kúnnen leven. “Ik zal een simpel voorbeeld geven. Stel je voor, ik verkoop T-shirts op de markt en ik vraag een tientje voor die dingen. Daar zal ik dan onder de huidige maatregelen, toch nog 6 of 7 euro marge op kunnen pakken. Maar als we duurzame belastingwetten gaan invoeren, gaat het transport van zo’n shirtje veel duurder zijn. Er zullen hogere lonen aan de arbeiders betaald moeten worden, dus de kostprijs van de productie gaat ook omhoog. En dan zou de belasting over brandstoffen in de productie nog doorberekend moeten worden. Wil ik het hetzelfde shirtje duurzaam laten maken en verkopen, dan zal ik minstens 15 euro moeten vragen. Toch moeten we toewerken naar echte prijzen van producten en diensten op basis van het verdisconteren van integrale kosten zoals CO2-uitstoot, stikstof, toxiciteit of leefbaar loon. Het externaliseren van die kosten moet stoppen, ondanks de grote impact die dit economisch gaat hebben.”


Gevecht tegen de gevestigde orde
De spreker van de Duurzame Troonrede beseft dat hij met zijn uitspraken mogelijk vijanden zal maken. “Laten we eerlijk zijn: het is toch een gevecht tegen de gevestigde orde. Er staan grote financiële belangen op het spel. Maar ik vind dat ik best mag provoceren. Ik doe dit niet om populair te worden, maar om op een duidelijke wijze de kat de bel om te binden. Hoe lang zijn we al bezig met het bewustzijn rond duurzaamheid? Hoeveel decennia blijven we nog pappen en nat houden? Ik denk niet dat we daar nog meer decennia de tijd voor hebben. Dat heeft de crisis de afgelopen maanden ook heel duidelijk gemaakt. Waar liggen onze prioriteiten? Heel sociaal-cultureel Nederland lag op zijn gat en alle cultuurinstellingen hebben echt geleden onder de coronacrisis. Maar waar geeft de overheid 4 miljard aan? Aan KLM. Was dat nou echt de beste keuze? Had er niet wat geld naar allerlei andere instellingen moeten gaan? Wat het cultureel landschap in Nederland heeft gekregen, is ernstig mondjesmaat.”

Belastingwetten en boekhoudsystemen moeten een nieuw jasje
In totaal heeft Jonker 7 transitiemiddelen geformuleerd waarmee we naar een andere samenleving kunnen. “Laat ik deze, even populair gezegd, breekijzers noemen. We moeten even heel nuchter kijken naar onze economie. En dan meteen ook even naar onze financiële infrastructuur en rekenmethoden, bijvoorbeeld de boekhouding. Die stamt echt uit een andere economie. Als ik duurzaam bezig ben en ik kom met mijn duurzame businessmodel of producten bij mijn boekhouder aan, dan zal die gewoon zeggen: ‘Ja, dat is allemaal leuk en aardig, meneer Jonker, maar ik moet gewoon werken op basis van afschrijving in uw boekhouding.’ Afschrijving alleen al, komt voort uit een economie waarin de waarde van zaken dus verloren gaat. De komende 10 jaar moeten we dus ook knutselen aan boekhoudingen waarin waardebehoud is opgenomen, sterker nog: waarin sociale en ecologische elementen een plaats krijgen, naast economische waarden.”

“Transities zijn lastig, complex, onzeker, ongemakkelijk en pijnlijk. Ze kennen winnaars én verliezers”

Pluim voor bewuste burgers
Ook investeringen in het uitfaseren van bedrijven die niet bijdragen aan maatschappelijke en ecologische waarden, door te beprijzen en te belasten hoort daar bij. Verder zouden producenten stapsgewijs verantwoordelijk moet worden voor de circulaire levenscyclus van hun product. Dit zou dan gecombineerd kunnen worden met langere garantietermijnen, statiegeld en cash-back mechanismen zoals retourpremie-systemen. Tot slot zouden burgers die initiatieven ontplooien met bedrijven en overheden rond voedsel, energie en mobiliteit, een zetje moeten krijgen: “Geef ze een fiscale stimulans en een passende juridische inbedding”, vindt Jonker.

Hij erkent dat de benodigde transities niet gemakkelijk zullen worden: “Transities zijn lastig, complex, onzeker, ongemakkelijk en pijnlijk. Ze kennen winnaars én verliezers. Het realiseren ervan kan niet sanctieloos aan de marktwerking worden overgelaten of vrijblijvend bij consumenten en burgers worden neergelegd. Invulling en uitvoering leidt onvermijdelijk tot banenverlies in conventionele sectoren. De vraag is of dat erg is. Er ontstaan immers nieuwe sectoren op basis van nieuwe businessmodellen en die creëren nieuwe banen. De transitie naar een nieuw socio-economisch systeem, kan – als we dat willen – vandaag beginnen.”