Het gebruik van winkelwagens is verplicht. Maar hoe zit het met het risico op besmetting van COVID-19 via een winkelwagentje?

Om de uitbraak van COVID-19 in te dammen, hebben we een aantal regels en maatregelen om besmettingen te voorkomen. Het verplichte gebruik van wagentjes en manden in winkels hoort daarbij. Zo bewaren we de afstand tot elkaar en kunnen we het aantal winkelbezoekers monitoren. Vaak staan de spuit met desinfecterend middel en de rol papier bij de ingang, zodat bezoekers hun eigen wagen kunnen reinigen. En daar zit het probleem.

Meer contactmomenten met winkelwagens
We gaan het even na. Door het verplichte gebruik van de wagens, neemt het gebruik dus toe. We worden geadviseerd zo min mogelijk zaken buitenshuis aan te raken, maar de wagens raken we juist meer aan. Sterker nog: ieder van ons móet de wagens aanraken, waar we voorheen de wagen of mand ook konden laten staan. Er zijn dus meer contactmomenten ontstaan met potentieel besmet materiaal. De kans dat een besmet persoon de winkelwagen heeft gehanteerd en er infectieuze partikels heeft achter gelaten, is theoretisch toegenomen. De kans dat een niet-besmet persoon de winkelwagen vervolgens hanteert en op die manier in aanraking komt met het virus, is, ook toegenomen. Maar werkt het ook zo in de praktijk? Hebben we, realistisch en praktisch gezien, meer kans om besmet te raken met het virus, nu we we met zijn allen de wagens verplicht bepotelen?


Besmettingsmogelijkheden
“Dat is een interessante vraag. We weten dat deze virusdeeltjes nog 48 tot 72 uur infectieus kunnen blijven op bepaalde kunststof oppervlakten. We weten ook dat alcohol en diverse andere desinfecterende middelen, het partikel onschadelijk maken. De wagens moeten dus goed schoon gemaakt worden, anders heb je inderdaad juist een verhoogde kans om besmet te raken met COVID-19”, aldus professor dr. Ed Kuijper van de Universiteit Leiden.

Kuijper is hoogleraar in de medische micro-biologie en werkt tevens voor het RIVM. Over de verhoogde kans op besmetting middels een vuile winkelwagen, is volgens hem geen uitsluitsel te geven. “Supermarkten zijn geen broeihaarden van COVID-19 besmettingen. Dat weten we in ieder geval wel. Er is geen onderzoek gedaan naar besmettingen in supermarkten. Supermarkten onderzoeken op bezoekers die wel of geen desinfectant gebruiken en daar wel of niet ziek van worden, dat is geen doen. De tijd om daar uitgebreid onderzoek naar te doen, ontbrak gewoon en ontbreekt nog steeds. Dat is een gepasseerd station.”

Kans op besmetting miniem
“Ik zou de kans dat je COVID-19 oploopt van een winkelwagen, bijzonder laag inschatten. Dan zou er dus inderdaad een besmet persoon voor jou toch niet thuis moeten zijn gebleven en ongetest of positief getest op pad zijn gegaan, Hij of zij heeft dan ook niet de handen ontsmet voor het gebruik van de wagen, wat ook verplicht is. En jijzelf hebt de wagen ook niet gereinigd: ja, dan heb je een verhoogde kans op besmetting. Maar die is gering.”


Andermans bacteriën
Overigens zijn het niet alleen COVID-19-deeltjes die wel eens te gehecht zouden kunnen raken aan onze handjes, legt Kuijper uit. “We moeten twee zaken even scheiden. Op winkelwagens zitten bacteriën en virusdeeltjes. Die bacteriën vormen meestal geen probleem voor ons. Ook daar is in het verleden een hoop om te doen geweest, maar we dragen gigantische hoeveelheden bacteriën bij ons en die zijn onschadelijk, soms zelfs nuttig. Als je via een winkelwagen dus de bacteriën van een ander mens erbij krijgt, heb je andermans bacteriën, andermans onschuldige bacteriën dus. Daar word je niet ziek van. Met virusdeeltjes is dat natuurlijk anders. Zeker van COVID-19 deeltjes kunnen we ziek worden en dat is niet de bedoeling. Het is dus wel een probleem als we besmet raken met de virusdeeltjes van een besmet persoon. Gelukkig kunnen we dat probleem met desinfecterende middelen oplossen, die werken prima. Dat is bewezen. Je kunt dus niet besmet raken van een goed schoongemaakte winkelwagen.”

Schoonmaken wagen cruciaal
Er ligt met het schoonmaken van het winkelwagengebruik dikwijls een verantwoordelijkheid bij de burgers. De winkels zelf kunnen of willen de investering van manschappen die de wagens schoonmaken of toezien op het schoonmaken, niet altijd nemen. Het winkelend publiek moet dus zelf met het papier en de fles aan de slag. Iets dat de Leidse hoogleraar dan ook onderschrijft. “We kunnen discussie voeren over welke investeringen winkels, restaurants en supermarkten allemaal moeten doen, om in deze verantwoordelijkheid bij te dragen, maar dat wordt een ferme discussie. Dat er in de trein bijvoorbeeld wel gecontroleerd wordt op mondkapjes, vind ik een ander verhaal. Daar kunnen betrekkelijk veel mensen in een afgesloten ruimte elkaar direct besmetten met het hoesten en proesten. Dat is een heel ander risico dan het risico op besmetting via winkelwagens”.

Kuijper besluit dan ook dat een potentieel verhoogd besmettingsrisico daarom niet opweegt tegen de voordelen van het winkelwagengebruik om de verspreiding van het virus juist in te dammen. “Het is nog steeds een prima maatregel. Één die je echt niet wilt afschaffen, dat is gewoon geen optie. Als we kijken naar de uitvoering van de maatregel, ligt er inderdaad een verantwoordelijkheid bij burgers, maar laten we eerlijk zijn: het is een betrekkelijk eenvoudige maatregel die niet heel veel van ons vergt.”