Grote roofdieren duiken op steeds meer ‘vreemde’ plekken op.

De afgelopen jaren duiken grote roofdieren steeds vaker op plekken op waar ze eigenlijk – volgens ons – niet thuishoren. Grote alligators – die altijd in moerassen uithingen – worden op stranden of zelfs in koraalriffen gevonden. En bergleeuwen treffen we op kilometers afstand van de dichtstbijzijnde berg aan, terwijl orka’s nu ook zo af en toe in rivieren worden gespot. Wij vinden dat vreemd. Want die dieren horen daar toch niet? Een nieuw paper in het blad Current Biology helpt ons echter uit de droom: die dieren horen daar wél.

De norm
De roofdieren in kwestie hebben jarenlang in het nauw gezeten, maar doordat er beschermingsmaatregelen zijn genomen, nemen hun aantallen gestaag toe. Lang werd gedacht dat de roofdieren daardoor hun traditionele leefgebied ontgroeiden en zich naar vreemde habitats verplaatsten. Maar het zit heel anders, zo stellen de onderzoekers in het paper. De dieren verspreiden zich naar de gebieden waar ze – lang voor wij mensen hen het leven zuur maakten en de wetenschap deze soorten begon te monitoren – uitstekend uit de voeten konden. “We kunnen een grote alligator op het strand of in een koraalrif niet langer afdoen als een afwijkende observatie,” stelt onderzoeker Brian Silliman. “Het is niet vreemd of een kortstondige uitschieter. Het is de oude norm, de manier waarop het was voor we deze soorten op hun laatste benen naar moeilijk te bereiken gebieden dwongen. En nu keren ze terug.”


Een alligator op het strand. Afbeelding: Brian Silliman / Duke University.

Aanpassingsvermogen
Het betekent dat we er maar beter gewend aan raken dat alligators ook in zout water gedijen en bergleeuwen zich ook buiten de bergen uitstekend weten te redden. “De aanname – die zowel in wetenschappelijke kring als in de media wordt onderschreven – is dat deze dieren leven waar zij leven, omdat het specialisten zijn. Alligators zijn dol op moerassen, zee-otters doen het het best in kelpwouden in zout water, orang-oetans hebben onverstoorde bossen nodig en mariene zoogdieren hebben een voorkeur voor wateren nabij de polen. Maar dit is gebaseerd op studies en observaties die zijn uitgevoerd terwijl deze populaties sterk afnamen. Nu groeien ze weer en verrassen de soorten ons door te laten zien hoe aanpasbaar en kosmopolitisch ze werkelijk zijn.”

Onderzoek
De onderzoekers trekken hun conclusie onder meer op een analyse van recente wetenschappelijke studies en overheidsrapporten. Hieruit blijkt dat onder meer alligators, zee-otters, rivierotters, grijze wolven, orang-oetans en bergleeuwen vandaag de dag bijna net zo overvloedig voorkomen in ‘nieuwe’ als in ‘traditionele’ leefgebieden. Sommige soorten komen zelfs overvloediger in nieuwe gebieden voor.

En dat is goed nieuws, zo benadrukt Silliman. “Het vertelt ons dat soorten in een veel breder scala aan leefgebieden kunnen gedijen. Zee-otters bijvoorbeeld, kunnen zich aanpassen en gedijen als we ze in riviermondingen zonder kelpwouden introduceren. Dus zelfs als die kelpwouden verdwijnen door klimaatverandering, zullen de otters blijven. Misschien kunnen zij zelfs in rivieren leven. Daar zullen we snel genoeg achterkomen.”