Vergeet de maan of Mars. Mogelijk leven we in de toekomst op een mega-satelliet rond dwergplaneet Ceres.

Sommige wetenschappers zijn er zeker van: onze toekomst ligt in de ruimte. Dat komt omdat de mens de aarde momenteel flink uitput. Het is daarom maar de vraag of het slim is om hier te blijven. Astronomen zijn dan ook naarstig op zoek naar andere exotische planeten die de mens zou kunnen koloniseren. Maar mogelijk ligt de oplossing wel veel dichterbij dan we denken. Want volgens een Finse natuurkundige hoeven we ons zonnestelsel helemaal niet uit.

Maan en Mars
Op dit moment liggen er al verschillende plannen om andere hemellichamen te bevolken. Zo spelen verschillende ruimtevaartorganisaties al een tijdje met het ambitieuze idee om onze maan te koloniseren. Het plan luidt om in de loop van de komende decennia een heuse maanbasis te bouwen. Anderen willen nog een stapje verder. Zo worden er tevens plannen gemaakt – mede door Elon Musk – om de rode planeet te gaan bewonen. Maar in het maken van al die plannen stuiten wetenschappers op verschillende problemen en gevaren. Zowel de maan als Mars zijn beide extreem vijandige omgevingen. Denk bijvoorbeeld aan de bijzonder hoge stralingsniveaus en extreme temperaturen waaraan toekomstige ruimtereizigers blootgesteld zullen worden. Bovendien wordt de maan geregeld gebombardeerd door meteorieten. En dus rijst de prangende vraag: is er niet een andere, veiligere plek in ons zonnestelsel waar we naar toe kunnen migreren?

Mega-satelliet
Volgens natuurkundige Pekka Janhunen is die er zeker. In een nieuwe studie zet hij namelijk zijn ambitieuze plan uiteen om een heuse mega-satelliet in een baan rond dwergplaneet Ceres (zie kader) te bouwen. Je moet daarbij denken aan een schotelvormige satelliet die groot genoeg is om tienduizenden mensen te kunnen huisvesten. “Voor de inwoners zou de lokale omgeving eruit kunnen zien als een idyllische vallei met bossen en weilanden,” beschrijft Janhunen zijn plan in een interview met Scientias.nl. “Er kunnen hier en daar ook wat vijvers worden aangelegd. De ‘lucht’ is kunstmatig en bevindt zich op 50 tot 100 meter hoogte. Het aanwezige licht kun je het beste vergelijken met een bewolkte zomerdag.”

Janhunen stelt zijn mega-satelliet voor als een enorme structuur die uit meerdere plateaus bestaat. “Met een lift kun je vervolgens naar het stedelijke plateau afreizen,” gaat hij verder. “Dit plateau is als een kleine stad met huizen van maximaal drie verdiepingen en een kunstmatig verlicht dak op 15 meter hoogte. Er zijn drie tijdzones die telkens acht uur van elkaar verschillen. Dit is nodig om de hoeveelheid zonlicht in evenwicht te brengen. Elke cilinder heeft ongeveer 50.000 inwoners en binnen deze cilinders is alles te voet bereikbaar. Reizen naar de andere cilinders gebeurt met voertuigen die lijken op zelfrijdende auto’s of lokale treinen. Voedsel wordt voornamelijk in kassen verbouwd. En mocht je een huisdier willen; dat kan ook.”

Meer over Ceres
Ceres is de enige dwergplaneet in ons zonnestelsel die zich in de planetoïdengordel – ruwweg tussen de planeten Mars en Jupiter – bevindt. Een halve eeuw lang werd Ceres geclassificeerd als de achtste planeet, maar degradeerde toen naar dwergplaneet. Maar wel een hele interessante. Eerder onderzoek had namelijk met behulp van ruimtevaartuig Dawn ontdekt dat Ceres organisch materiaal bevat. Dit materiaal bestaat uit alifatische verbindingen, oftewel bouwstenen van koolstof die belangrijk zijn voor het leven zoals wij dat kennen. De aanwezigheid van die bouwstenen van leven wijst er niet direct op dat Ceres aliens herbergt; de verbindingen kunnen ook in de afwezigheid van biologische activiteit ontstaan. Maar het leven zoals wij dat kennen, kan zonder organische materialen niet ontstaan. Ook komen er op Ceres ondergrondse waterreservoirs voor. Daarmee lijkt Ceres een beetje op sommige manen van Jupiter en Saturnus, die ook waterrijke werelden zijn.

Je vraag je misschien af waarom Janhunen voor Ceres heeft gekozen. Dat heeft meerdere redenen. “Ceres beschikt over stikstof en dat is nodig om een aardachtige atmosfeer te fabriceren,” legt hij desgevraagd uit. Een puntje is echter het zonlicht. Ceres bevindt zich namelijk op redelijke afstand van de zon. Daarom stelt Janhunen voor om grote spiegels te plaatsen om zo het nodige zonlicht op te vangen. Daarnaast zou de voorgestelde nederzetting volledig gebouwd kunnen worden van materialen van Ceres. Janhunen stelt dan ook voor om een ruimtelift aan te leggen, waarmee mensen naar de dwergplaneet kunnen afdalen om hier materialen te verzamelen. Omdat Ceres een lage zwaartekracht heeft en relatief snel roteert, is zo’n ruimtelift goed te realiseren.

Beste buitenaardse plek
Ook op de algehele zwaartekracht heeft Janhunen iets bedacht. Hoewel men mogelijk op termijn de maan en Mars wil koloniseren, zijn dit volgens Janhunen niet de beste plaatsen omdat hun natuurlijke zwaartekracht zo anders is dan die van de aarde. Maar de zwaartekracht van de aarde zou volgens Janhunen gemakkelijk op de mega-satelliet nagebootst kunnen worden. Hoe? Door de satelliet op de juiste snelheid te laten draaien. Al met al lijkt het erop dat dwergplaneet Ceres heel wat potentie heeft voor menselijke kolonisatie. “Ik ken eigenlijk geen betere buitenaardse plek dan de baan rondom Ceres,” stelt Janhunen. Dat betekent overigens niet dat er totaal geen nadelen te benoemen zijn. “Ten opzichte van de aarde heeft het enkele nadelen, zoals het ontbreken van een oceaan,” somt Janhunen op. “Dat gezegd hebbende heeft het ook enkele voordelen. Er komen bijvoorbeeld geen natuurrampen zoals orkanen, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen of bosbranden voor.”

Realistisch?
Het klinkt allemaal misschien wat utopisch en een beetje bizar. Maar volgens Janhunen is het plan prima uitvoerbaar. “Ik denk dat het even realistisch is als het bouwen van een Mars-stad,” beweert hij. “Maar mogelijk is het zelfs beter voor de menselijke gezondheid, omdat het de volledige zwaartekracht van de aarde – 9,807 m/s² – kan nabootsen. Voor zover ik weet is het hele plan haalbaar, mits we er natuurlijk voldoende voor willen doen en er genoeg energie in steken om het te realiseren.”

Mocht die mega-satelliet er echt komen, dan zouden we bovendien op een veel groter stuk grond kunnen leven dan de aarde ons te bieden heeft. “We zouden er – als we willen – met een grotere bevolking kunnen wonen dan we nu op aarde doen,” stelt Janhunen. Het plan klinkt misschien een beetje als het plot uit een foute sciencefiction-film, maar desalniettemin zou het toch zomaar eens tot de mogelijkheden kunnen gaan behoren. En dat daarbij een taak is weggelegd voor een vrij onbekende dwergplaneet, is eigenlijk best verrassend. “Alle puzzelstukjes vielen mooi in elkaar toen we Ceres – van alle hemellichamen – als middelpunt namen,” zegt Janhunen. “Het is wat dat betreft heel verrassend dat juist Ceres – te zwak om met het blote oog aan de nachtelijke hemel te kunnen zien – een paradijselijke wereld zou kunnen huisvesten die mogelijk zelfs veel groter is dan de aarde.”