wwii

Wanneer België op 10 mei 1940 wordt meegesleurd in de Tweede Wereldoorlog maakt de overheid een paniekerige beslissing: duizenden Belgen – de meesten zijn onschuldig – worden in concentratiekampen geplaatst en tientallen vinden de dood.

'De weggevoerden van mei 1940' geschreven door Frank Seberechts.

‘De weggevoerden van mei 1940’ geschreven door Frank Seberechts.

Over deze gebeurtenissen wordt niet veel gesproken. Veel van deze verhalen uit de Tweede Wereldoorlog gaan over de gruwelijkheden die de nazi’s onder leiding van Adolf Hitler uitvoerden. Maar ook onze eigen, democratische, overheden hebben geen schoon geweten. Een voorbeeld hiervan is een operatie die België, reeds voordat de oorlog begon, voorbereidde. Over deze weinig bekende episode uit de geschiedenis van de oorlog schreef Frank Seberechts een boek: ‘De weggevoerden van mei 1940’. “Typisch voor crisissituaties is dat de wet niet strikt wordt nageleefd en dat alle controle hierop wegvalt” vertelt hij aan Scientias. “Daaraan kunnen ook democratische staten zich schuldig maken, met als alibi dat dit noodzakelijk is voor de veiligheid van het land en van de instellingen. Het is een moeilijke afweging maar in dit geval was de macht van Duitsland te groot.”

Opgepakt
Al voor de invasie maakte België, net zoals vele andere landen, plannen om het land te beschermen tegen verdachte personen. “In de eerste plaats ging dit om personen afkomstig uit Duitsland of uit door het Duitse Rijk bezette gebieden (Polen, Tsjechië, Denemarken enzovoorts.)” vertelt Seberechts. “Maar ook mensen uit de Sovjet Unie of uit door de Sovjet Unie bezette gebieden zoals Polen en de Baltische staten waren verdacht. Deze landen en gebieden waren immers door de oorlog vijanden van België geworden.” Maar voor een goede voorbereiding van de operatie was niet voldoende tijd. Wanneer Duitsland binnenvalt, ontbreekt er een degelijke centrale lijst van verdachten en valt het centrale gezag tijdens de eerste chaotische weken weg. Lokale overheden moesten nu het initiatief nemen en dat leidde tot willekeur. In totaal werden naar schatting ruim 6000 tot 8000 personen opgepakt, onder andere ook onschuldige Joden. Wanneer man/vader/zoon of broer toevallig niet thuis was bij de aanhouding, werden hun vrouwen opgepakt als gijzelaar. De arrestanten werden vervolgens in ieder geval tot aan de zomer vastgehouden. Daarna is het lot voor de één beter dan voor de ander.

Bloedbad van Abbeville

Op 15 mei 1940 wordt een groep van 78 arrestanten via Oostende naar Duinkerke afgevoerd. Dit in tegenstelling tot de andere gevangenen, die door middel van treinen naar kampen in Frankrijk werden vervoerd. Onder de groep bevonden zich 21 Belgen, 18 Joden, 14 Duitsers, een aantal Belgische communisten en twee Belgen die voor de Duitse Abwehr (contraspionage) werkten. Drie dagen later werden zij naar Abbeville vervoerd en opgesloten onder een muziekkiosk. In de nacht van 19 op 20 mei wordt de stad Abbeville door de Duitsers aangevallen vanuit de lucht. De Franse soldaten, die deze groep arrestanten bewaakten, waren bang dat zij zouden worden bevrijd door de Duitsers. Daarom besloot kapitein Dingeon alle gevangenen te executeren. In groepjes van vier werden zij uit de kelder van de kiosk gehaald en tegen de muur gezet om vervolgens zonder proces te worden doodgeschoten. Het proces eindigde vroegtijdig nadat luitenant Leclabart arriveerde en ervoor koos om de slachtpartij te stoppen. Na de oorlog werden in Frankrijk twee militairen verantwoordelijk geacht voor het bloedbad. Zij werden door een Duitse rechtbank veroordeeld en terechtgesteld. Opmerkelijk is dat het paar nu nog in Frankrijk als martelaars worden beschouwd.

Collaborerende Vlaamse Nationalisten
Onder de verdachten was een groep van Vlaams-nationalisten. Voordat de oorlog begon, lieten zij weten bereid te zijn om bij een Duitse bezetting van België met de Duitsers samen te werken. Seberechts: “Aan het einde van mei 1940 legden zij contact met de Duitsers, met de bedoeling te collaboreren. Dit was niet voor niets. Velen van hen kregen een aantal belangrijke posities in handen in de administratie en in de lagere besturen van de Militaire Organisatie (MO), opgericht door de Duitsers. Later hebben deze Vlaams-nationalisten doen voorkomen dat de wegvoering van verdachten de oorzaak was van hun collaboratie met de Duitsers. Uit onderzoek blijkt echter dat dit eerder een katalysator is geweest en dat de meeste Vlaams-nationalistische leiders niet afkerig waren van samenwerking met de Duitsers om hun eigen doelen, zoals verwezenlijking van een autoritaire Vlaamse staat, te bereiken.”

Concentratiekampen
Een groot gedeelte van de gevangenen komt terecht in concentratiekampen in Frankrijk en Engeland, waar de Belgische overheid niets meer te zeggen heeft. Er was van te voren nauwelijks nagedacht of zij de gevangenen wel of niet uit handen zouden geven aan Frankrijk en Engeland. Daarnaast had de Belgische overheid wel iets ‘beters’ te doen dan zich te bekommeren om enkele duizenden verdachten. “De strijd van het Belgische leger, de onenigheid tussen de regering en koning Leopold III, het lot van de vluchtelingen en van de jonge mannen die als legerreserve waren gerekruteerd en naar Zuid-Frankrijk waren overgebracht, waren belangrijkere items dan de vraag wat er moest gebeuren met enkele treinladingen vol verdachte, onbetrouwbare en weinig geliefde personen.” Degenen die in een Frans kamp terecht kwamen, hadden minder geluk dan degenen die in een Brits kamp terecht kwamen. Seberechts: “In Frankrijk ging het om kampen die reeds eerder werden gebruikt voor de opvang van vluchtelingen uit de Spaanse burgeroorlog. De omstandigheden in deze kampen waren meestal erg slecht: onvoldoende en slechte verblijven, slechte hygiënische omstandigheden en onvoldoende voedsel. In Engeland werd er beter toegezien op het verblijf, hygiëne en voeding.” Maar bij die slechte omstandigheden bleef het soms niet. Vooral in Frankrijk werden de arrestanten ook bestolen, mishandeld en sommigen werden zelfs gedood. Berucht is het ‘bloedbad van Abbeville’. “Meer dan twintig gearresteerde mensen werden door Franse militairen gedood.” De opgepakte Joden kwamen bijna allemaal om het leven in de loop van de oorlog. Zij werden immers vanuit Frankrijk naar Auschwitz weggevoerd.

De lichamen van een aantal van de gedode arrestanten in Abbeville. Bron: Maurice de Wilde, België in de Tweede Wereldoorlog. Deel 5: De kollaboratie.

De lichamen van een aantal van de gedode arrestanten in Abbeville. Bron: Maurice de Wilde, België in de Tweede Wereldoorlog. Deel 5: De kollaboratie.

Schuldig maar toch vrijgelaten

Een aantal personen die terecht als verdachten waren opgepakt kwam toch vrij. Dit waren onder meer Antwerpse nationaal-socialisten die niet tijdig waren weggevoerd vanuit Frankrijk. Seberechts vertelt dat het niet duidelijk is of dit met opzet gebeurde of dat de verantwoordelijken werden ingehaald door de snel oprukkende Duitsers. Een voorbeeld van zo’n vrijgelaten nationaal-socialist was de leider van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), Staf de Clercq. Dit parlementslid werd door tussenkomst van andere politici vrijgelaten. Dit is vreemd want hij had contacten met Duitse nationaal-socialistische politici en lag aan de basis van de Militaire Organisatie (MO) die het Belgische leger trachtte te verzwakken.

Vichy-Frankrijks vijandigheid
Vooral de vijandigheid van Frankrijk tegen arrestanten is opmerkelijk in dit stukje geschiedenis. Volgens Seberechts kwam dit vooral door de capitulatie van Frankrijk in juli 1940. “Het land werd in verschillende stukken verdeeld. Het zuidelijke deel met als hoofdstad Vichy, kwam onder leiding van een regering met aan het hoofd maarschalk Phillipe Pétain. Deze regering werkte nauw samen met de Duitsers en had een gelijklopend politiek traject. Daarin werden de Joden als vijanden beschouwd. Daarnaast waren vreemdelingen niet erg geliefd bij de regering van Vichy.”

Terugkeer
In de loop van de zomer konden bepaalde groepen van gevangenen terugkeren naar België. Deze operatie werd georganiseerd door zowel Franse, Belgische als Duitse overheden. Zo werden verschillende commissies opgericht om de selectie uit te voeren. “Via treinen werden vooral Vlaams-nationalisten, nationaal-socialisten, rexisten (volgers van de extreem rechtse Franstalige beweging van Léon Degrelle), communisten, Duitse en Italiaanse onderdanen en onschuldige mensen met de Belgische nationaliteit. Eén groep bleef achter: Joden, vaak zonder nationaliteit of met een paspoort uit een Centraal- of Oost-Europees land.”

Joris van Severen brengt de Hitler groet. Bron: alertmagazine.nl

Joris van Severen brengt de Hitler groet. Bron: alertmagazine.nl

Joris van Severen
Joris van Severen was de leider van het Verbond van Dietsche Nationaal-solidaristen (Verdinaso), een uiterst rechtse organisatie. Oorspronkelijk was de organisatie vooral Vlaams-nationalistisch en Nederlands. Toch bekeerde het zich tot een voorstander van een sterke Belgische staat onder leiding van koning Leopold III. Duitsgezind was van Severen niet. Toch zagen de ordediensten de oorspronkelijke gezindheid van het Verdinaso als een bedreiging. Hij en zijn medestanders werden opgepakt. Van Severen werd vervolgens gedood tijdens het ‘Bloedbad van Abbeville’.

Ward Hermans. Bron: vlaamsemilitantenorde.com

Ward Hermans. Bron: vlaamsemilitantenorde.com

Ward Hermans
Ward Hermans was een Vlaams-nationalistische agitator die tijdens de Eerste Wereldoorlog als soldaat aan het IJzerfront was opgepakt voor zijn anti-Belgische activiteiten. In de jaren ’30 schopte hij het tot parlementslid van de Vlaams-nationalisten. In die tijd had hij ook contact met Duitse nationaal-socialistische functionarissen. Hij werd dan ook in mei 1940 opgepakt door de Belgische Staatsveiligheid. Hermans kwam in het kamp Le Vernet in Frankrijk terecht. Op 7 augustus keerde hij echter al terug. Over zijn arrestatie en zijn verblijf in het kamp schreef hij een boek, genaamd ‘Le Vernet d’Arige; Van het Belgisch Parlement naar het Franse concentratiekamp’. Ook nam hij ontslag uit zijn partij en richtte samen met andere de Algemeene-SS Vlaanderen op. Later ging hij als correspondent voor een reeks Vlaamse kranten in Duitsland aan de slag. Wanneer de oorlog eindigt duikt hij onder, echter tevergeefs. In november 1946 wordt hij aangehouden en tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Toch kwam hij in 1955 vrij.

Hoewel sommige arrestanten wel degelijk schuldig waren, waren er toch meer onschuldigen. Nooit is iemand verantwoordelijk gesteld voor hun onnodige dood of slechte behandeling tijdens die zomer van 1940. Volgens Seberechts zijn hier een aantal redenen voor. “De meeste slachtoffers waren Joden, ook na de oorlog waren zij niet de populairste bevolkingsgroep. Daarnaast wilden de Joden na de oorlog niets liever dan hun leven weer oppakken. Zij doken vaak in de anonimiteit en probeerden zo onopvallend mogelijk te zijn. Pas in de jaren ’60 komt hun lot voorzichtig aan bod. Het duurt echter tot circa 2000 voor er sprake is van verontschuldigingen en financiële compensatie. Een excuses voor de onterechte arrestaties van mei 1940 blijft echter uit. Daarnaast werd de gebeurtenis uitgebuit door de Vlaams-nationalisten zowel tijdens als na de oorlog: de Vlaming als slachtoffer van de Belgische anti-Vlaamse houding en willekeur. De Belgische overheid voelde dan ook niet de behoefte zich te verontschuldigen bij de Vlaams-nationalisten, die voor het merendeel in de collaboratie terecht waren gekomen.”