Vandaag is het Wereld Alzheimer Dag. Een goed moment om te kijken hoe de vlag erbij hangt: waar staan we nu en hoe verloopt de zoektocht naar een medicijn?

Naar schatting leven zo’n 45 miljoen mensen wereldwijd met de ziekte van Alzheimer. Het is een behoorlijk aantal. Alzheimer is een progressieve ziekte waarbij de hersenen worden aangetast. Hierdoor worden mensen vergeetachtig en/of raken gedesoriënteerd in tijd en plaats. Ook kunnen ze wanen krijgen en de grip op de realiteit volledig verliezen. Alzheimer is een erg nare ziekte die zowel voor de persoon zelf, als voor de omgeving behoorlijk ingrijpend kan zijn. Vandaag blikken we terug op wat er op wetenschappelijk vlak al voor stappen zijn gezet om de ziekte een halt toe te roepen. Daarnaast kijken we ook vooruit, want zullen we Alzheimer eigenlijk wel helemaal kunnen uitbannen?

De feiten
Allereerst is het goed om even orde op zaken te stellen: bij de ziekte van Alzheimer is er sprake van dementie. Maar niet alle mensen met dementie hebben ook de ziekte van Alzheimer. Wel komt van alle ziekten die leiden tot dementie de ziekte van Alzheimer het meeste voor (ongeveer 70 procent) gevolgd door vasculaire dementie (16 procent). In Nederland lijden er ruim 280.000 mensen aan dementie. Hoe ouder je bovendien wordt, hoe groter de kans dat je deze ziekte krijgt. Ruim 40 procent van de mensen boven de 90 jaar heeft namelijk dementie. En aangezien we in de toekomst allemaal ouder worden, betekent dit dat het aantal mensen dat de ziekte krijgt in de toekomst explosief zal stijgen. Zo voorspellen onderzoekers dat het aantal Nederlanders met dementie in 2040 zal toenemen naar meer dan een half miljoen. Dit zal verder oplopen tot zeker 620.000 in 2050.


Feiten over dementie. Afbeelding: Alzheimer Nederland

Onderzoek
Wetenschappers proberen al sinds jaar en dag de ziekte beter te begrijpen. En hoewel het aantal onderzoeken naar Alzheimer redelijk constant blijft, is er wel een verschuiving in de inhoud te zien. Sinds de jaren negentig is er in wetenschappelijke studies naar de ziekte van Alzheimer veel aandacht besteed aan amyloïd-bèta-eiwitten. Sommige wetenschappers vermoeden dat de opeenstapeling van deze giftige eiwitten namelijk de oorzaak is van de ziekte die steeds meer slachtoffers eist. Wetenschappers zouden dan ook graag voorkomen dat deze eiwitten zich in het brein opstapelen. Daarom stond het verder in kaart brengen van deze eiwitten en hoe deze zich verhouden tot de ziekte van Alzheimer hoog op de agenda. Recenter is de aandacht van wetenschappers echter verschoven naar andere thema’s, zoals leren, slapen en lopen. Want ondertussen is in grote lijnen duidelijk geworden dat leefstijl van invloed is op de kans op Alzheimer. “Slechte slaap kan via meerdere mechanismen mogelijk de kans op Alzheimer verhogen,” vertelt klinisch geriater in het Radboudumc Jurgen Claassen aan Scientias.nl. “Daarvoor zijn enkele theorieën. Zo zouden amyloïd-bèta-eiwitten mogelijk verder opstapelen door langdurige slechte slaap. Maar het zou ook kunnen dat een slechte slaap een eerste uiting is van Alzheimer. Dit zou betekenen dat het geen risicofactor, maar juist een eerste teken is.”

Nederland
Ook in Nederland wordt er volop onderzoek verricht naar de ziekte van Alzheimer. Zo blijkt uit een recent verschenen onderzoeksrapport dat Nederland tussen 2014 en 2018 ‘s werelds vierde producent van Alzheimer-onderzoek is. Alleen Zweden, Italië en Spanje moesten we voor ons dulden. In deze periode bracht de Nederlandse wetenschap in totaal 1525 wetenschappelijke artikelen over Alzheimer voort. “Wereldwijd zien we dat in de landen waar Alzheimer veel voorkomt ook relatief meer onderzoek wordt gedaan,” legt Maria de Kleijn, Senior Vice President Analytical Services bij Elsevier aan Scientias.nl uit. “En Nederland is vanwege de hoge levensverwachting een land waar Alzheimer veel voorkomt. Voor elke 100.000 Nederlanders kost Alzheimer 919 gezonde levensjaren.” Bovendien staat Nederlands onderzoek hoog aangeschreven. De 1525 artikelen werden in totaal namelijk zo’n 45.051 keer geciteerd, gemiddeld ruim 29 keer per artikel. Ter vergelijking: de VS, ’s werelds grootste voortbrenger van Alzheimer-wetenschap, scoorde in dezelfde periode gemiddeld ruim 19 citaties per artikel. “Nederlandse onderzoeken worden bovengemiddeld vaak geciteerd door andere wetenschappers,” zegt De Kleijn. “Nederlandse onderzoekers leveren zowel een bijdrage aan onderzoek gericht op toekomstige medicijnen – bijvoorbeeld onderzoek naar ‘microglia’ die eiwitplaque in de hersenen opruimen – als naar preventieve leefstijlzaken, in het bijzonder de rol van beweging.”

Het risico op de ziekte van Alzheimer neemt toe met de leeftijd. Daarom is de last van de ziekte van Alzheimer in termen van DALY (Disability Adjusted Life Years) per 1000 individuen het grootst in landen waar de levensverwachting het hoogst is. Afbeelding: Global Health Data Exchange.

Preventie
Hoewel gedurende lange tijd het amyloïd-bèta-eiwit dus een belangrijke focus is geweest in Alzheimer-onderzoek, bieden recent opkomende studies naar gedrag voor preventie en behandeling nieuwe strategieën voor het beheersen van de ziekte. “We zien dat er twee soorten onderzoeken worden gedaan,” vertelt De Kleijn. “Fundamenteel onderzoek om de oorzaken en het verloop van de ziekte beter te begrijpen, en onderzoek met mensen. Bij Alzheimer zien we, anders dan bij veel andere aandoeningen, dat die twee soorten nauwelijks met elkaar verbonden zijn. Dat betekent dat er nog weinig pad is van oorzaak naar medicijn.” Wel proberen wetenschappers een manier te vinden om Alzheimer zo vroeg mogelijk te signaleren. Want neurologen zijn het er over het algemeen wel over eens dat met (toekomstige) behandelingen van Alzheimer zo vroeg mogelijk moet worden begonnen. Het liefst nog voor de eerste symptomen zich aandienen. Want zodra er symptomen optreden, zijn de hersenen vaak al zodanig beschadigd dat een volledig herstel onmogelijk is.


Bloedtest
Onderzoek heeft uitgewezen dat het brein van mensen met Alzheimer decennia voor ze de eerste symptomen ontwikkelen al verandert; er vormen zich dan reeds schadelijke samenklonteringen van het eiwit amyloïd-bèta. Tot op heden waren die eerste aanwijzingen voor de ziekte enkel zichtbaar op PET-scans van het brein. Maar Amerikaanse onderzoekers hebben onlangs een veel goedkopere manier gevonden om Alzheimer al heel vroeg te kunnen diagnosticeren: een simpele bloedtest. Deze blijkt niet alleen heel accuraat, maar ook nog eens veel gevoeliger te zijn dan de PET-scan. Zo blijkt dat de test in maar liefst 94 procent van de gevallen de juiste diagnose stelde. Maar of dit ook een eerste stap is naar genezing… “Het is vooral een goede eerste stap naar nieuw onderzoek,” zegt Claassen. “We kunnen nu namelijk mensen met een hoog risico identificeren en bijvoorbeeld positieve invloed uitoefenen op hun slaap, levensstijl, bloeddruk, etc. En op die manier kunnen we hun risico op de ziekte verkleinen.”

“Ik durf wel te voorspellen dat we over twintig jaar al zullen zien dat er minder mensen Alzheimer krijgen”

Medicijn
Op dit moment zijn er verschillende medicijnen op de markt die dementie kunnen vertragen of verschijnselen kunnen verminderen. Ze verbeteren bijvoorbeeld het geheugen en het dagelijks functioneren. Maar een medicijn dat dementie volledig kan genezen? Dat bestaat nog niet. “Het is een ziekte met meerdere, samenhangende oorzaken waarvan er veel nog maar sinds kort bekend zijn,” legt Claassen uit. “We hebben nu nog relatief kort onderzoek gedaan en er relatief (in vergelijking met bijvoorbeeld kanker en hart- en vaatziekten) weinig geld in geïnvesteerd. Het kost dus gewoon nog wat meer tijd en geld.” Bovendien wordt de zoektocht naar een medicijn dat Alzheimer afremt enorm bemoeilijkt door het feit dat het lastig is om mensen te vinden zonder symptomen, maar met een prille vorm van Alzheimer. Zij zouden namelijk deel kunnen nemen aan klinisch onderzoek waarin medicijnen die mogelijk kunnen voorkomen dat iemand daadwerkelijk dementie krijgt worden getest.

Of er ooit een medicijn verschijnt dat Alzheimer geneest of een manier om de ziekte te voorkomen, is nu nog lastig te zeggen. “Ik durf wel te voorspellen dat we over twintig jaar al zullen zien dat er minder mensen Alzheimer krijgen,” zegt Claassen. “We kunnen er niet volledig mee afrekenen, dat suggereert teveel ‘maakbaarheid’ van het leven. Wel kunnen we er voor zorgen dat de ziekte minder vaak voorkomt, verschuift naar een latere leeftijd of bijvoorbeeld langzamer verloopt zodat de gezondheid minder snel achteruitgaat. We kunnen dit doen door sociaal-economische maatregelen (met name de laagste sociale klasse heeft de slechtste gezondheid en loopt daarom het hoogste risico). Maar ook een goede behandeling en preventie van hart- en vaatziekten en het uitbannen van roken; dat zou ook tienduizenden mensen met Alzheimer in Nederland schelen. En als deze stappen werken, is dat ook al heel positief.”