GESCHIEDENIS  De grond nabij St. Augustine’s Government House herbergt herinneringen aan een zoet verleden. Zo is er gisteren een molinillo gevonden. Het houten stokje werd gebruikt om chocolademelk te roeren en bewijst dat het bruine goedje in St. Augustine’s City, Florida al lang ingeburgerd was.

Volgens de onderzoekers laat de molinillo zien dat St. Augustine al in de zestiende eeuw contacten had met de leveranciers van chocolade: Mexico of Centraal Amerika. Het gevonden roerhoutje is zo’n 12,5 centimeter lang en weegt vrijwel niks.

De chocolademelk die ooit met het stokje geroerd werd, is waarschijnlijk in niets te vergelijken met de chocomel die we er tegenwoordig op nahouden. In die tijd gebruikte men het oude recept van de Maya’s en Azteken: cacao, koud water en hete pepers. Toen het drankje rond 1521 door de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernan Cortez werd meegebracht, besloten de Spanjaarden iets aan de smaak te doen. De kruiden maakten plaats voor suiker, kaneel en andere kruiden. Bovendien werd het goedje opgewarmd. Met een roerhoutje werd het geheel vervolgens doorgeroerd.

Grappig genoeg hielden de Spanjaarden de warme chocolademelk zo’n honder jaar voor zichzelf. Pas veel later – toen de Engelsen de Spaanse vloot aanviel en de lading overnam – kwamen de cacaobonen in andere handen. Natuurlijk wisten de Engelsen niets van de bonen te maken. Vaak werden ze dan ook weggegooid. Pas in 1600 werd chocomel in meerdere landen populair. In Frankrijk was het weliswaar alleen voor de aristocratie weggelegd, maar in Engeland kon iedereen het drankje krijgen.