Zouden snelle radioflitsen die slechts één keer acte de présence geven dan toch een mythe zijn?

Het is één van de grote mysteries die astronomen al enige tijd bezighouden: de snelle radioflitsen. Zoals de naam al doet vermoeden, treden ze maar kortstondig op, maar tijdens zo’n uitbarsting komt een enorme hoeveelheid energie vrij. En tot op heden weet eigenlijk niemand hoe deze energieke fenomenen ontstaan. Van een aantal snelle radioflitsen is weliswaar vastgesteld waar ze ongeveer ontstaan, maar dat schept nog niet direct duidelijkheid. Zo leidde de ene snelle radioflits ons naar een vrij extreem gebied in een dwergsterrenstelsel, terwijl een andere het levenslicht bleek te zien in een spiraalstelsel zoals het onze.

Twee varianten
En daarmee blijft de oorsprong van deze snelle radioflitsen ongrijpbaar. Wat het allemaal nog wat ingewikkelder maakt, is dat het lijkt dat er ook nog eens twee varianten van deze snelle radioflitsen zijn: snelle radioflitsen die herhaaldelijk acte de présence geven en snelle radioflitsen die dat slechts eenmalig doen.


Stiekem repeterend
Een nieuw onderzoek maakt het allemaal – voor zover dat al mogelijk is – nog wat mysterieuzer. In een paper in het blad The Astrophysical Journal Letters maken onderzoekers bekend dat een snelle radioflits waarvan werd aangenomen dat dit een eenmalig fenomeen was, in het geniep toch repeteert.

Green Bank Telescope
Het onderzoek in kwestie draait om een snelle radioflits die wordt aangeduid met de naam FRB 171019. De snelle radioflits werd gedetecteerd met behulp van een verzameling radiotelescopen die samen luisteren naar de naam Australian Square Kilometer Array Pathfinder (ASKAP). Het leek toen om een eenmalige gebeurtenis te gaan. Maar onderzoekers besloten het oog nog eens op de ruimte te richten en dit keer maakten ze daarbij gebruik van één van de grootste en meest gevoelige telescopen op aarde: de Green Bank Telescope. En tot hun verwondering zagen ze met deze telescoop opeens vanaf dezelfde locatie als waar eerder FRB 171019 was gespot, nieuwe – maar wel veel zwakkere – radioflitsen komen. “De twee herhaalde uitbarstingen van FRB 171019 die we in data van de Green Bank Telescope zagen, waren ongelofelijk zwak: zo’n 600 keer zwakker dan de originele uitbarsting die ASKAP detecteerde,” vertelt onderzoeker Pravir Kumar aan Scientias.nl.

Niet te detecteren
“De repeterende radioflitsen waren zo zwak dat ASKAP niet gevoelig genoeg was om deze te detecteren,” Kumar. Hetzelfde gold voor de Parkes Telescope die de onderzoekers ook nog op de locatie van FRB 171019 richtten. “Onze studie laat zien dat het belangrijk is om heel gevoelige telescopen te gebruiken voor vervolgonderzoek naar krachtige radioflitsen.”


Allemaal repeterend?
Kumar heeft een punt. Want de ontdekking dat een snelle radioflits die als een eenmalig verschijnsel werd beschouwd, in het tot voor kort verborgene toch herhaaldelijk acte de présence geeft, roept een interessante vraag op. Namelijk: zijn er nog meer snelle radioflitsen die dat doen. Of sterker nog: zijn alle snelle radioflitsen in feite repeterende astrofysische fenomenen? “Dat is één van de grote onbeantwoorde vragen,” stelt Kumar. “Recente studies suggereren dat de meeste – zoniet alle – snelle radioflitsen repeterend zijn.”

Het idee dat alle snelle radioflitsen herhaaldelijk actief zijn, roept echter nieuwe – behoorlijk grote – vragen op. “Er is observationeel bewijs voor fenomenologische verschillen tussen repeterende en eenmalige snelle radioflitsen,” vertelt Kumar. “De sterrenstelsels waarin zij ontstaan, verschillen bovendien ook sterk van elkaar.” Het betekent dat het wegvallen van de categorieën ‘repeterend’ en ‘niet-repeterend’ de zoektocht naar de oorsprong van deze snelle radioflitsen niet direct gemakkelijker maakt. In dat geval zitten we namelijk opgescheept met een breed scala aan astrofysische fenomenen die ook nog eens op uiteenlopende plekken ontstaan en blijft de grote vraag dus wat ze met elkaar gemeen hebben.

Toch denkt Kumar dat dit nieuwe onderzoek kan helpen om meer inzicht te krijgen in hoe snelle radioflitsen nu precies ontstaan. Het feit dat ze heel helder, maar ook heel zwak kunnen zijn, moet volgens hem gezien worden als een nieuw stukje van de puzzel. Daarnaast is het onderzoek natuurlijk aanleiding om meer vooralsnog eenmalige snelle radioflitsen met gevoelige telescopen onder de loep te nemen. En dat is precies waar Kumar zich momenteel mee bezig houdt. “We blijven alle andere door ASKAP gespotte eenmalige snelle radioflitsen monitoren.” De onderzoekers maken daarvoor gebruik van de Green Bank Telescope en de onlangs op de Parkes Telescope geïnstalleerde Ultra-Wide-Bandwidth-receiver (kortweg UWL). “Nog nooit hebben we snelle radioflitsen op zo’n grote bandbreedte en met zulke gevoelige instrumenten gemonitord, dus wacht maar af: er komen meer opwindende resultaten aan!”