Een 13.800 jaar oud bot met daarin een pijl bewijst dat Noord-Amerika veel eerder werd bewoond dan gedacht.

Jarenlang gingen wetenschappers ervan uit dat de zogenoemde Clovis-mensen de eerste bewoners van Amerika waren. Deze mensen betrokken het gebied zo’n 13.000 tot 13.500 jaar geleden. Maar het bewijs dat de Clovis-mensen niet de eersten waren, stapelt zich steeds verder op. En nu kan er weer wat nieuw bewijs aan die stapel worden toegevoegd.

Bot
In 1977 vond archeoloog Carl Gustafson een bot van een mastodont (een soort mammoet) met daarin een pijl. Hij dateerde het bot en stelde dat het 14.000 jaar oud was. Dat zou betekenen dat veertien millennia geleden al mensen in dit gebied rondtrokken. Maar Gustafson slaagde er niet in om al zijn collega’s te overtuigen van de datering.

Nieuw onderzoek
Maar de laatste jaren komt er steeds meer bewijs dat de Clovis-mensen niet de eersten waren en sommige archeologen moesten weer aan het bot van Gustafson denken. Zou hij het dan toch bij het juiste eind gehad hebben? Ze dateerden en bestudeerden het bot opnieuw en stellen dat het 13.800 jaar oud is, zo meldt het blad Science. De pijl bestaat uit een bot dat van een scherpe punt is voorzien. De onderzoekers vermoeden dat de jager het beest in de longen had willen raken, maar miste.

Een CT-scan van het bot. Foto: Center for the Study of the First Americans / Texas A&M University.

Als de Clovis-mensen niet de eerste inwoners van Noord-Amerika waren, wie waren het dan wel? De onderzoekers vermoeden dat de eerste Amerikanen uit Azië kwamen en zo’n 20.000 jaar geleden in Alaska arriveerden. Ze trokken steeds verder naar het zuiden en de Clovis-mensen zouden van deze mensen afstammen. De komst van deze kolonisten was slecht nieuws voor de mastodonten. Door een veranderend klimaat en een veranderende leefomgeving hadden zij het al moeilijk. De jagende mens deed ze geen goed en ongeveer 10.000 jaar geleden stierf het laatste exemplaar.