Het eerste half jaar van 2016 gaat de boeken in als het warmste half jaar sinds de metingen (in 1880) begonnen.

Gemiddeld lagen de temperaturen in het eerste half jaar van 2016 1,3 graden Celsius boven de gemiddelde temperatuur die aan het eind van de negentiende eeuw werd gemeten. Dat stelt NASA’s Goddard Institute for Space Studies op basis van satellietgegevens en observaties op de grond.

Warm
Uit het onderzoek blijkt verder dat elke afzonderlijke maand in het jaar 2016 (tot en met juni) een record neerzette als de warmste januari, februari, maart, april, mei en juni ooit gemeten. Bovendien braken vijf van de zes maanden van 2016 nog een ander record. Zo was er nog niet eerder in een maand januari – sinds de metingen in 1979 begonnen – zo weinig zee-ijs te vinden in het Noordpoolgebied. En ook februari, april, mei en juni braken dat record. De hoeveelheid zee-ijs op de Noordpool is in het hartje van de zomer nu gemiddeld ongeveer 40 procent kleiner dan aan het eind van de jaren zeventig en tachtig.

De eerste zes maanden van 2016 waren het warmste half jaar ooit gemeten (de metingen begonnen in 1880). Afbeelding: NASA / Goddard Institute for Space Studies.

De eerste zes maanden van 2016 waren het warmste half jaar ooit gemeten (de metingen begonnen in 1880). Afbeelding: NASA / Goddard Institute for Space Studies.

Indicatoren
De onderzoekers wijzen erop dat zowel de wereldwijde oppervlaktetemperatuur als de hoeveelheid zee-ijs in het Noordpoolgebied een goede indicatie geven van de toestand van het klimaat. Dat beide indicatoren records hebben gebroken in het afgelopen half jaar is dan ook veelzeggend en laat zien dat de veranderingen – ingegeven door groeiende hoeveelheden broeikasgassen – gewoon doorgaan.

Je ziet hier de Tsjoektsjenzee (een zee in de Noordelijke IJszee). Je ziet zee-ijs, open water en smeltwater. De foto werd dit weekend gemaakt. Afbeelding: NASA / Goddard / Operation IceBridge.

Je ziet hier de Tsjoektsjenzee (een zee in de Noordelijke IJszee). Je ziet zee-ijs, open water en smeltwater. De foto werd dit weekend gemaakt. Afbeelding: NASA / Goddard / Operation IceBridge.

El Niño
Klimaatsceptici zullen met het oog op de hoge temperaturen en kleine hoeveelheden zee-ijs die gemeten zijn, wellicht wijzen op El Niño. El Niño zorgde er in de winter (vanaf oktober) voor dat de temperaturen wereldwijd stegen. In 1998 zorgde El Niño nog voor temperaturen die in die tijd recordbrekend waren. Maar dat is nu niet aan de orde, zo benadrukken de onderzoekers. Zelfs als het effect van de meest recente El Niño buiten beschouwing wordt gehouden, liggen de wereldwijde temperaturen veel hoger dan de temperaturen van achttien jaar geleden, omdat de aarde in de tussenliggende periode verder is opgewarmd.

En die opwarming gaat op sommige plekken op aarde net wat harder. Bijvoorbeeld op de Noordpool. “Het is tot op heden een recordjaar voor temperaturen wereldwijd, maar de recordbrekend hoge temperaturen in het Noordpoolgebied van de afgelopen zes maanden zijn nog extremer,” stelt onderzoeker Walt Meier. “Deze warmte in combinatie met de ongebruikelijke weerpatronen heeft geleid tot recordbrekend kleine hoeveelheden zee-ijs.”