Hun huid was hoogstwaarschijnlijk net zo donker als die van mensen in Sub-Sahara-Afrika.

Dat hebben onderzoekers ontdekt nadat ze het oudste vrijwel complete skelet van onze soort – Homo sapiens – onder de loep namen. Het skelet is in 1903 in een grot in Cheddar Gorge (Groot-Brittannië) teruggevonden en is zo’n 10.000 jaar oud.

Donkere huid
De onderzoekers van het Natural History Museum in Londen bestudeerden het DNA van deze oude Britse inwoner – ook wel Cheddar Man genoemd – en ontdekten dat deze er heel anders uitzag dan ze verwacht hadden. Zo werden er in het DNA aanwijzingen gevonden die erop wijzen dat zijn huid ongeveer net zo donker was als die van mensen in de Sub-Sahara. “Tot voor kort werd altijd aangenomen dat de mensen zich nadat ze zo’n 45.000 jaar geleden in Europa arriveerden snel aanpasten en een lichtere huid verkregen,” aldus onderzoeker Tom Booth. “Een lichtere huid is beter in staat om UV-licht te absorberen en helpt mensen in een klimaat met minder zonlicht om een vitamine D-tekort te voorkomen.”

Lichte ogen
Maar blijkbaar hadden de mensen nadat ze Europa koloniseerden nog heel lang een donkere huid. “Hij (Cheddar Man, red.) is maar één persoon, maar hij geeft wel een indicatie van hoe de populatie van Europa er rond die tijd uitzag,” denkt Booth. Zo vertelt de Cheddar Man ons dat die populatie een donkere huid, maar lichte ogen had. “De meesten van hen hadden lichtgekleurde ogen – blauw of groen – en donkerbruin haar.”

Afbeelding: Tom Barnes / Channel4.

Verwachting versus realiteit
Die lichte ogen vertellen ons vooral dat we niet te snel conclusies moeten trekken. “Cheddar Man verandert de verwachtingen die mensen hebben over welke genetische kenmerken samengaan. Het lijkt erop dat lichte ogen lang voor een lichte huid of blond haar in Europa voorkwamen. Hij herinnert ons eraan dat je op basis van hoe mensen er vandaag de dag uitzien geen aannames kunt doen over hoe mensen er in het verleden uitzagen en dat een combinatie van kenmerken die we vandaag de dag heel gewoon vinden, helemaal niet zo’n vast gegeven zijn.”

In de tijd dat Cheddar Man leefde, zat Groot-Brittannië nog vast aan Europa. Het continent was bedekt met dichte bossen, waarin Cheddar Man joeg en verzamelde. Waarschijnlijk at hij naast zaden en noten ook herten, oerossen en vis. Cheddar Man zou ergens tussen zijn twintigste en dertigste zijn overleden. Onduidelijk is waaraan. In zijn schedel zit een gat dat veroorzaakt kan zijn door een infectie, maar onderzoekers kunnen niet uitsluiten dat het gat ontstaan is tijdens de opgraving van het skelet. Aangenomen wordt dat Cheddar Man geen directe voorouder van de huidige Britten is: zijn populatie zou later vervangen zijn door boeren die in een later stadium naar Groot-Brittannië migreerden.