34.000 jaar geleden waren mensen zich al bewust van de gevaren van incest. Daarom kozen mensen een partner uit een ander netwerk.

Een internationaal team van wetenschappers heeft de genomen van vier individuen in kaart gebracht, die gevonden zijn op de archeologische vindplaats Soengir. De mensen leefden 34.000 jaar geleden in het hedendaagse Rusland.

De personen zijn samen begraven, waardoor je zou kunnen stellen dat ze bij elkaar hoorden. Het verrassende is dat de personen niet genetisch verwant zijn. Ze waren hooguit achterneven en -nichten. Dit geldt ook voor de twee kinderen die direct naast elkaar begraven zijn.

“Waarschijnlijk waren mensen in het laatpaleolithicum al bewust van de negatieve gevolgen van incest”, concludeert professor Eske Willerslev van de universiteit van Kopenhagen. “Onze vondst laat zien dat de mensen incest probeerden te voorkomen. Mogelijk ontwikkelden ze een systeem hiervoor.”

De onderzoekers denken dat kleine gezinnen of groepen van circa 25 jager-verzamelaars deel uitmaakten van grotere netwerken met honderden individuen. Binnen deze netwerken werden partners gevonden. “Door mensen uit te wisselen ontstond er een grotere diversiteit”, concludeert professor Martin Sikora van de universiteit van Kopenhagen.

Opvallend is dat Neanderthalers zo’n 16.000 jaar eerder wel naar bed gingen met familieleden. “We weten niet waarom de Altai Neanderthalers aan incest deden”, zegt Sikora. “Misschien leefden de mensachtigen in isolement. We hebben meer genetische data nodig van andere groepen om vast te stellen of alle Neanderthalers aan incest deden.” Zo ja, dan verklaart dit waarom de moderne mens zo succesvol is geworden.

Het is een interessante theorie, zeker ook omdat het een mogelijke verklaring is waarom mensen en Neanderthalers samen onder de lakens kropen en waarom het DNA van de blanke mens een piepklein beetje Neanderthaler-DNA bevat.