Wanneer werd het Tibetaans Hoogland permanent bewoond door mensen? Wetenschappers dachten altijd dat dit zo’n 5.200 jaar geleden gebeurde, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat het Tibetaans Hoogland minimaal 7.400 jaar geleden voor het laatst onbewoond was. Misschien zelfs wel 12.000 jaar geleden.

Nadat de mens Afrika verliet, verspreidde hij zich over de hele wereld. Toch is nog altijd niet duidelijk wanneer de mens het Tibetaans Hoogland bereikte. Het Tibetaans Hoogland overlapt gedeeltelijk de Himalaya. Er is geen enkele plek lager dan 4.000 meter, terwijl de meren voornamelijk brak water bevatten. Daarom is het Tibetaans Hoogland één van de meest onherbergzame en tevens minst bewoonde gebieden op aarde.

Afdrukken in steen
Onderzoeker Michael Meyer bracht een bezoek aan Chusang, een van de best bewaarde nederzettingen op een hoogte van ruim 4.000 meter boven zeeniveau. Deze nederzetting is in 1998 ontdekt. Er zijn negentien voet- en handafdrukken gevonden in kalksteen. Meyer en zijn collega’s gebruikten drie verschillende technieken om te bepalen hoe oud de afdrukken zijn. Denk aan thorium-/uraniumdatering van monsters in en direct naast de afdrukken, OSL-datering (optically stimulated luminescence) om de leeftijd van de kwartskristallen in kleisteen te bepalen en koolstofdatering van microscopisch plantmateriaal.

Uit de analyse blijkt dat de nederzetting Chusang 7.400 tot 12.670 jaar oud is. De resultaten van het onderzoek komen overeen met de conclusies van andere genetische studies.

Permanente nederzetting
Volgens Meyer was Chusang vanaf het begin al een permanente nederzetting, omdat het enorm lastig was om te reizen. Een reis naar een andere nederzetting duurde al snel tientallen dagen. De wegen naar ander plekken waren grote delen van het jaar onbegaanbaar. Mogelijk was het klimaat duizenden jaren geleden gunstiger, waardoor bewoners van Chusang makkelijker water konden vinden.