Een Lockheed Martin F-35 gevechtsvliegtuig (Joint Strike Fighter) is gisteren voor het eerst officieel met succes verticaal geland. Daarmee is een lange en dure droom van het Pentagon uitgekomen. Gevechtsvliegtuigen zijn dankzij de techniek in staat om vanaf een zeer klein terrein te werken.

Piloot Graham Tomlinson steeg met een snelheid van 80 knopen (zo’n 148 kilometer per uur) op, bleef veertien minuten in de lucht en zette zijn vliegtuig vervolgens op een terrein van iets minder dan negen vierkante meter aan de grond. De succesvolle vlucht is belangrijk voor de Amerikaanse defensie. Er wordt al lang gewerkt aan een vliegtuig waarmee op een zeer korte baan kan worden opgestegen en geland. Dat is met name van belang wanneer een vliegtuig vanaf een vliegdekschip moet vertrekken.

De Verenigde Staten schaffen meer dan 2400 van dit soort supersonische gevechtsvliegtuigen aan. Ook Groot-Brittannië, Italië, Turkije, Canada, Australië, Denemarken, Noorwegen en Nederland hebben een aantal vliegtuigen besteld. Het proces om de Joint Strike Fighter te ontwikkelen is lang en duur. De kosten liggen zo’n zestig tot negentig procent hoger dan men in 2001 had begroot.