Sinds juli 2016 draait de Juno-ruimtesonde om de grootste planeet van ons zonnestelsel. In twee papers in het wetenschappelijke vakblad Science staan dan eindelijk de eerste onderzoeksresultaten. Zij schijnen een nieuw licht op Jupiter.

“Wat we tot dusver hebben geleerd is verbazingwekkend”, zegt hoofdonderzoeker Scott Bolton, Juno’s hoofdonderzoeker. “We zijn veel te weten gekomen over de kern, compositie, magnetosfeer en polen. Daarnaast zijn we veel nieuwe foto’s rijker.”

Forse cyclonen
In het eerste paper presenteert Bolton de resultaten van Juno’s scheervluchten over de wolkentoppen. Daaruit blijkt er op de polen van Jupiter heldere, ovale structuren te zien zijn. Deze structuren zien wij niet op de polen van Saturnus. Uit timelapsebeelden blijkt dat de ovalen cyclonen zijn, waarvan sommige exemplaren een diameter van circa 1.400 kilometer hebben.

Opwellende ammoniak
Daar stopt het niet. Juno heeft de samenstelling van de atmosfeer nabij de evenaar geanalyseerd, toen het ruimtevaartuig over de wolkentoppen vloog. Daaruit blijkt dat ammoniak opwelt uit de diepe atmosfeer en vervolgens gigantische weersystemen vormt.

Een storm op Jupiter. Afbeelding: NASA / SwRI / MSSS / Jason Major © CC BY.

Sterk magnetisch veld & rotsachtige kern
Verder blijkt het magnetisch veld van de gasreus sterker dan verwacht. Nabij de atmosfeer is het veld ongeveer tien keer zo sterk als het aardmagnetische veld, namelijk 7.766 Gauss. Minder verrassend is de kern van Jupiter. Die blijkt – zoals modellen al voorspelden – rotsachtig te zijn.

Magnetosfeer
In het tweede paper gaat onderzoeker John Connerney in op aurora’s en de magnetosfeer van Jupiter. Toen Juno op 24 juni 2016 de magnetosfeer van de planeet binnendrong, voelde de ruimtesonde een zogenoemde boogschok. Opvallend is het feit dat het ruimtevaartuig op latere tijdstippen meer schokken te verduren kreeg. Connerney en zijn collega’s vermoeden dat de magnetosfeer op dat moment aan het groeien was.

Aurora’s
Tenslotte heeft Juno elektronen gespot die energie afgaven in de Joviaanse atmosfeer, waardoor er grote aurora’s ontstonden. Wetenschappers concluderen dat de verspreiding van deze elektronen anders gaat dan op aarde. Wellicht is de interactie tussen Jupiter en directe omgeving anders dan op aarde.