Wetenschappers hebben resten van de koning van de eerste voedselketen gevonden. Eén ding staat vast: het beest had prima zicht.

De onderzoekers troffen de restanten (zie hierboven) op een strand in Australië aan. Het zijn resten van een Anomalocaris die zo’n 500 miljoen jaar leefde. Het beest heeft veel weg van een gigantische garnaal. Anomalocaris werd ongeveer een meter lang en had hele sterk klauwen waarmee hij zijn prooi kon pakken. Zijn mond met daarin messcherpe tanden kon heel wat prooien verscheuren.

Afbeelding: Katrina Kenny / University of Adelaide.

Ogen
Maar er is nog een reden waarom dit beest over de voedselketen heerste, zo blijkt uit de restanten die nu zijn teruggevonden. De Anomalocaris had ook nog eens uitstekend zicht. Beter dan veel schaaldieren en insecten vandaag de dag hebben, zo schrijven de onderzoekers in het blad Nature.

Lichtdetector
Het oog van het gevreesde roofdier (zie inzet in afbeelding bovenaan het artikel) bevond zich op een ‘stokje’ en bestond net als dat van geleedpotigen vandaag de dag uit vele lichtdetectors. Het was een samengesteld oog. En direct ook het grootste samengestelde oog ooit gevonden. De ogen van de Anomalocaris konden wel drie centimeter lang worden en zo’n 16.000 lenzen bevatten. Het beest moet dan ook enorm goed zicht hebben gehad. Vandaag de dag zijn er maar weinig dieren met zulke goede ogen. Voor zover bekend komt de echte libelle met tienduizenden lenzen het dichtst in de buurt.

De vondst van de gefossiliseerde ogen van de Anomalocaris is heel belangrijk voor onderzoekers. Hiermee wordt namelijk duidelijk dat het beest nog familie is van de geleedpotigen. Ook laat de vondst zien dat dieren al heel vroeg samengestelde ogen ontwikkelden.