Nieuw onderzoek wijst erop dat de eerste tanden buiten het lichaam groeiden en pas veel later in de mond belandden.

De onderzoekers baseren die opmerkelijke conclusie op een onderzoek naar onder meer de diersoort Ischnacanthid acanthodians. Dit zijn vissen die veel weg hebben van haaien. Ze leefden heel lang geleden: tussen de 416 en 397 miljoen jaar terug.

Bijzonder
Met deze vis is iets bijzonders aan de hand. Hij bevindt zich namelijk in een soort overgangsfase en is bezig om puntige structuren op zijn lippen te ontwikkelen. Het wijst erop dat de eerste tanden buiten de mond (ergens nabij de lippen) ontstonden en later pas in de mond terechtkwamen, zo schrijven de onderzoekers in het blad Journal of Vertebrate Paleontology.

WIST U DAT?

…Ötzi de IJsman een heel slecht gebit had?

Vasthouden
Waarschijnlijk hielpen de tanden de dieren eerst om hun prooi te pakken en vast te houden totdat ze de gelegenheid hadden om deze heel door te slikken. Dankzij die tanden (en de kaken, die al eerder ontstonden) hoefden vissen niet langer water te filteren en zo tamelijk passief aan voedsel te komen. Ze konden echt op jacht. “Omdat tanden gewervelden in staat stelden om betere jagers en uiteindelijk goede vleeseters te worden, bleven ze en werden ze in de meeste groepen van generatie op generatie doorgegeven,” legt onderzoeker Stephanie Blais uit.

Uiteindelijk kregen ook de voorouders van de mens en de mens zelf dus tanden. En die tanden werden naarmate de tijd vorderde steeds belangrijker voor dieren en mensen. Tanden werden ook steeds gespecialiseerder: zo hebben dieren vaak tanden die helemaal zijn afgestemd op hun dieet.