traumaPsychotherapie is een standaard behandeling voor mensen die lijden aan een posttraumatische stress-stoornis (PTSS). Echter, deze behandeling heeft niet altijd het gewenste effect. Neurowetenschappers hebben in hun zoektocht naar een betere behandelingsmethode een geneesmiddel ontwikkeld dat de behandeling van PTSS zou kunnen verbeteren en de trauma’s zelfs uit het brein kunnen doen verdwijnen.

Posttraumatische stress-stoornis

Een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) is een angststoornis en kan ontstaan na een oorlogservaring, een natuurramp, een vliegtuigongeluk, een terroristische aanslag, aanranding, verkrachting, beroving met geweld, of door het zien van mensen die ernstig gewond zijn of gedood. Tijdens de schokkende gebeurtenis of het trauma verliezen mensen bijna helemaal de controle. Zo’n schokkende gebeurtenis kan het geestelijk en lichamelijk evenwicht ernstig verstoren. Geest en lijf blijven als het ware rekening houden met gevaar dat er niet meer is: de angst blijft de hele tijd bestaan. Chronische stress, extra grote waakzaamheid, en allerlei lichamelijke klachten zijn vaak het gevolg.

Veel patiënten met PTSS ondergaan psychotherapie waarbij ze hun traumatische herinnering herbeleven in een veilige omgeving en uiteindelijk de herinneringen een plekje kunnen geven en de angst overwinnen. Maar herinneringen kunnen zo verankerd zijn dat de therapie niet altijd werkt. Vooral als de traumatische ervaring zich vele jaren eerder voordeed. In een recent onderzoek hebben neurowetenschappers van het MIT’s Picower Institute for Learning and Memory kunnen aantonen dat traumatische herinneringen kunnen verdwijnen.

Experiment
In het lab hebben wetenschappers, door het toedienen van een milde schok, muizen getraind om bang te zijn voor een bepaalde ruimte. Net als bij psychotherapie werd er geprobeerd de bange muizen van de angst af te helpen. De muizen, waarbij de traumatische gebeurtenis 24 uur eerder had plaatsgevonden, werden in de gevreesde ruimte geplaatst. De test bleek succesvol. Enkelen uren nadat deze muizen in de gevreesde kamer werden geplaatst, was er een toename van histon acetylatie (een enzym-gedreven biochemisch proces). Histon acetylatie maakt genen toegankelijker en schakelen de processen in die nodig zijn om nieuwe herinneringen te vormen of de oude herinneringen te overschrijven. Echter bij de muizen die de herinnering al 30 dagen bij zich droegen, was het onmogelijk om de angstige herinnering te elimineren. Bij deze muizen was er geen toename van histon acetylatie.

Hoe ouder de herinnering is, hoe moeilijker het is om echt de herinnering te veranderen.

HDAC2
Hoe ouder de herinnering is, hoe moeilijker het is om echt de herinnering te veranderen. Op basis van deze bevindingen, besloten de onderzoekers om muizen met herinneringen van dertig dagen oud kort na een nieuwe blootstelling aan de gevreesde kamer te behandelen met het enzym HDAC2 (speelt een belangrijke rol in het reguleren van leren en onthouden). Na deze behandeling werden de traumatische herinneringen net zo gemakkelijk geëlimineerd als in de muizen waarbij de traumatische ervaring 24 uur eerder plaatsvond. De HDAC2-behandeling activeerde een groep genen, die op hun beurt andere genen activeerden die nodig zijn voor de vorming van het geheugen. Daarnaast was er een toename van het aantal verbindingen tussen neuronen in de hippocampus, waar het geheugen wordt gevormd, en de sterkte van communicatie tussen deze neuronen. De wetenschappers suggereren dat ofwel de oude herinneringen permanent worden gewijzigd of een krachtigere, nieuwe herinnering wordt gevormd die de oude herinnering volledig overschrijft.

De verwachting is dat door het HDAC2-medicijn te combineren met psychotherapie de kans op een succesvolle therapie veel groter is. Het medicijn kan ook nuttig zijn bij de behandeling van mensen die lijden aan fobieën en andere angststoornissen. Voordat het zover is, moet het middel eerst getest worden op mensen.