In de ochtend- en avondspits hoopt het verkeer zich op in steden. De belangrijkste reden: egoïstisch gedrag van automobilisten. Als iedereen iets meer rekening met elkaar houdt, kunnen opstoppingen met 30% verminderd worden.

Wetenschappers hebben het gedrag van automobilisten in vijf grote steden – Boston, San Francisco, Rio de Janeiro, Lissabon en Porto – in kaart gebracht. Daarvoor gebruikten zij de anonieme data van miljoenen smartphonegebruikers. De resultaten presenteren zij in een paper in het wetenschappelijke vakblad Nature.

Als een automobilist een ongecoördineerde, onlogische en egoïstische keuze maakt, dat het verkeer minder vloeiend rijdt. Denk bijvoorbeeld aan draaien op een plek waar dat eigenlijk niet slim is. Een automobilist die een egoïstische keuze maakt in zijn route naar het werk, kan beter omrijden. Wellicht komt hij een minuut later aan, maar dit heeft positieve gevolgen voor andere weggebruikers.

Een afname van 30% in opstoppingen klinkt positief, maar in werkelijkheid betekent dit dat een automobilist gemiddeld één tot drie minuten sneller op zijn werk is. Het heeft dus nauwelijks effect op de dagelijkse routine. Daarnaast moeten enkele egoïstische automobilisten bereid zijn om tijd in te leveren en of zij dat gaan doen?

Het belang van de stad moet voorop staan, niet het belang van de individuele weggebruiker. Als er minder opstoppingen zijn, worden er minder broeikasgassen uitgestoten en is er minder benzine nodig. De stad wordt leefbaarder. En daar profiteert de egoïstische automobilist uiteindelijk ook van.