De dinosaurus is niet meer. En het feit dat de dino’s eieren legden, lijkt daar in grote mate verantwoordelijk voor. Dat blijkt uit nieuw onderzoek.

Een volwassen dinosaurus kon gemakkelijk duizenden kilo’s wegen. Daarmee woog het moederdier al snel 2500 keer meer dan haar baby. Dat het verschil zo groot is, is logisch. Een dinosaurus kon niet heel groot ter wereld komen, want dan zou het ei ook groter moeten worden en een dikkere schaal moeten krijgen. En een dikkere eierschaal betekent dat het weer lastiger wordt om de embryo van zuurstof te voorzien. Gevolg: de jonge dinosaurussen waren piepklein. Dieren die levendbarend waren, zetten al veel grotere en minder kwetsbare jongen op de wereld.

Eten
De piepkleine dino’s moesten natuurlijk nog flink groeien. Om dat te bewerkstelligen, moesten ze het niet direct van hun moeder hebben. Grotere levendbarende dieren zoals de olifant geven hun jonge melk. Maar de dino moest in hetzelfde gebied als zijn ouders op zoek naar voedsel en concurreerde dus direct al met anderen.

Zoogdieren vulden de verschillende niches met verschillende soorten. Dinosaurussen vulden verschillende niches met verschillende maten van elke keer dezelfde dinosaurus. Afbeelding: Universiteit van Zurich / Jeanne Peter.

Verschillende concurrenten
En die concurrentiestrijd bleef zijn hele leven. Omdat het dinosaurusje piepklein ter wereld kwam en langzamerhand steeds groter werd, concurreerde hij gedurende al die jaren telkens met andere dieren. Eerst met dieren die maar enkele kilo’s zwaar waren. Later met dieren van tien, honderd en 1000 kilo zwaar. Die dieren maakten elke keer deel uit van andere soorten, terwijl hun competitie dwars door alle niches eigenlijk hetzelfde was: dinosaurussen van verschillende leeftijden.

Middelste regionen
De competitie was het meest heftig in de middelste regionen. “Een overzicht van de lichaamsgroottes van dinosaurussoorten – inclusief vogels, want dat zijn ook dinosaurussen – laat zien dat er maar weinig volwassenen met een gewicht tussen de twee en zestig kilo waren,” vertelt onderzoeker Daryl Codron. De competitie tussen zulke middelgrootte dinosaurussen was zo groot, dat ze zichzelf uitroeiden. “De afwezigheid van kleine en middelgrootte soorten was te wijten aan competitie tussen de dinosaurussen.”

WIST U DAT…

…wetenschappers onlangs het fossiel van een broedende dino hebben ontdekt?

Inslag
En tot zo’n 150 miljoen jaar was dat geen probleem. Tot zo’n 65 miljoen jaar geleden een asteroïde op aarde insloeg. Door de asteroïde-inslag stierven alle grote dieren uit. Zoogdieren konden die klap wel opvangen: zij hadden genoeg soorten die klein waren en de wereld daarna konden bevolken. Dinosaurussen hadden die soorten niet en verdwenen toen dus definitief van de aardbol.

Het onderzoek – dat deels gebaseerd is op modellen – verklaart echter niet alleen het uitsterven van de dinosaurussen. Maar bijvoorbeeld ook waarom het zoogdier nooit zo groot is geworden als de dino. “Door de aanwezigheid van de grote dinosaurussen en de voortdurende competitie met de jongen van die dinosaurussen konden geen grote zoogdiersoorten ontstaan,” vertelt onderzoeker Marcus Clauss. Ook het ontstaan van de vogel is dankzij dit onderzoek te verklaren. De kleine dinosaurussen gingen niet alleen de competitie met zoogdieren, maar ook met elkaar aan. En die toegenomen druk bracht de kleine dinosaurussen op het randje van uitsterven of dwong ze om nieuwe niches te veroveren. Een aantal dinosaurussen deed het laatste en koos het luchtruim. Een slimme zet: deze dinosaurussen zijn er nog steeds, alleen noemen we ze tegenwoordig vogels.