hagedis

Darwin merkte het honderdvijftig jaar geleden al op: dieren op eilanden leken wel tammer te zijn. Een nieuw onderzoek bevestigt dat nu én komt direct met een verklaring daarvoor.

De onderzoekers bestudeerden hagedissen op een eiland en waren met name geïnteresseerd in de ‘flight initiation distance’. Dit is de afstand tussen een prooi en een roofdier waarbij de prooi besluit om te gaan vluchten. De resultaten legden ze naast verschillende andere factoren: de afstand tot het vasteland, de grootte van het eiland en hoe dichtbevolkt het eiland was.

Verband
De onderzoekers ontdekten dat er een verband was tussen de ‘flight initiation distance’ en de afstand tot het vasteland. Hoe groter de afstand tot het vasteland, hoe minder snel prooien op de vlucht sloegen. In andere woorden: de hagedissen die op grotere afstand van het vasteland woonden, waren tammer dan hagedissen op het vasteland.

Correct
“Onze studie bevestigt Darwins observaties en talloze anekdotes van tamme dieren op eilanden,” stelt onderzoeker Theodore Garland. “Zijn inzichten blijken opnieuw correct te zijn en blijven een belangrijke inspiratiebron voor moderne biologen.”

Maar waarom zijn de dieren op eilanden tammer? Het heeft alles te maken met de roofdieren op dezelfde eilanden. Op afgelegen eilanden zijn roofdieren schaars of zelfs helemaal afwezig. Evolutionair gezien is het onverstandig om veel energie en tijd te besteden aan het (onnodig) vluchten voor roofdieren. Vandaar dat prooien op eilanden onverschrokken lijken en minder snel op de vlucht slaan. Ook de grootte van prooien speelt een rol. “Wanneer prooien relatief gezien heel klein zijn ten opzichte van de roofdieren, vallen roofdieren geen individuele prooi aan. Dat zorgt ervoor dat prooien niet vluchten of pas later.”