pinguin

Hun aantallen zijn de afgelopen 14.000 jaar maar liefst 135 keer groter geworden, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

De wetenschappers bestudeerden de invloed die klimaatverandering de afgelopen 22.000 jaar op Adéliepinguïns had. In die periode viel dus ook het einde van de laatste ijstijd. Door te kijken naar het mitochondriale DNA van pinguïns afkomstig uit verschillende moderne koloniën pinguïns konden de onderzoekers onder meer een beeld schetsen van de aantallen pinguïns in het verleden.

Gletsjers
Uit het onderzoek – verschenen in het blad Evolutionary Biology – blijkt dat de populatie Adéliepinguïns de afgelopen 14.000 jaar 135 keer groter is geworden. Dat heeft alles te maken met gletsjers die zich na het einde van de laatste ijstijd terugtrokken. Door de verdwijnende gletsjers werd het gebied waarin de pinguïns konden broeden, groter.

Toekomst
Blijkbaar is het veranderende klimaat een belangrijke drijvende kracht geweest achter de veranderingen in de populatie Adéliepinguïns op Oost-Antarctica. “Door te onderzoeken hoe deze vogels in het verleden op klimaatveranderingen reageerden, kunnen we beginnen te voorspellen hoe de Adéliepinguïns in de toekomst gaan reageren,” vertelt onderzoeker Jane Younger.

Momenteel woont ongeveer 30 procent van alle Adéliepinguïns op Oost-Antarctica. Naar schatting gaat het om zo’n 1,14 miljoen broedende stelletjes. Naarmate de klimaatverandering doorzet, zullen gletsjers en ijskappen op Oost-Antarctica zich naar verwachting verder terug gaan trekken. Op basis van dit onderzoek zou je kunnen concluderen dat dat de Adéliepinguïn geen windeieren legt. Maar we moeten niet alleen naar de gletsjers kijken, zo benadrukken de onderzoekers. Een populatie heeft niet alleen een broedplaats nodig, maar ook voedsel. “Of dat er in de toekomst zal zijn, valt nog te bezien, omdat klimaatverandering ook nu nog onbekende invloeden heeft op de soorten die de Adéliepinguïns eten,” stelt Younger.