c. elegans

Onderzoekers hebben ontdekt dat dooierloze embryo’s van rondwormen zich zonder al te veel problemen ontwikkelen.

Je kent ze wel uit het kippenei: de dooiers. Ze zijn heel belangrijk, omdat ze het ontwikkelende embryo van voedsel voorzien. Lang dachten onderzoekers dan ook dat uit een ei zonder dooier nooit iets kon worden. Maar een onderzoek naar rondwormen zet die aanname op zijn kop. De eitjes van rondwormen – Caenorhabditis elegans – komen ook uit zonder dooier.

Genen
De onderzoekers schakelden een aantal genen uit, waardoor de rondwormen eitjes zonder dooier legden. Maar heel verrassend kwamen die eitjes gewoon uit. “Onze dooierloze embryo’s ontwikkelden zich zonder al te veel problemen,” vertelt onderzoeker Liesbeth van Rompay. “Het is de eerste keer dat dat wordt vastgesteld bij een eierleggend dier.”

Back-up
Het lijkt erop dat de rondwormen een back-up-plan hebben en de overlevingskansen van hun nageslacht daardoor niet volledig afhankelijk zijn van de dooier. “De dooier is cruciaal voor de levensvatbaarheid van het embryo bij de meeste dieren waarvoor dat tot nu toe is onderzocht,” vertelt onderzoeker Liesbet Temmerman. “Bij de rondworm dus niet. Mogelijk speelt de dooier bij hen – en misschien nog bij andere dieren – wel een rol in de eerste levensfase van de pasgeborenen. Als er weinig voedsel te vinden is, zien we dat babyworpjes uit eieren mét dooier het meestal beter doen dan die uit eieren zonder dooier.”

Nader onderzoek
Hoe de babywormpjes zich exact zonder dooier weten te redden, zal uit nader onderzoek moeten blijken. “Als er geen dooier in het ei zit, wat gebruikt het embryo dan als voeding?” vraagt Temmerman zich hardop af. “Dat moeten we nu eerst ontrafelen.”

Het onderzoek is belangrijk, omdat het ons meer inzicht kan geven in de voortplanting van familieleden van de rondworm: parasitaire wormen. Deze wormen kunnen ook bij mensen voor problemen zorgen. Nu worden die wormen – die zich bijvoorbeeld in de darmen kunnen ophouden – aangepakt met ontwormingsmiddelen die de wormen verlammen. Maar de wormen blijken steeds vaker tegen deze middelen bestand te zijn. Vandaar dat onderzoekers zoeken naar een alternatief voor die middelen. Zo willen ze bijvoorbeeld kijken of ze de voortplanting van deze wormen kunnen beperken.