De ontdekking suggereert dat mogelijk alle dieren magnetische velden kunnen waarnemen.

Sommige vogels leggen enorme afstanden af. Zonder te twijfelen vliegen ze van de ene naar de andere eindbestemming. We weten al een tijdje dat ze daarbij gebruik maken van het aardmagnetisch veld. Maar hoe nemen ze dat nu precies waar? Een nieuw onderzoek in het blad Journal of the Royal Society Interface geeft daar iets meer duidelijkheid over.

Eiwitten
Eerdere studies suggereerden dat de receptoren waarmee vogels het aardmagnetisch veld waarnemen zich in de ogen bevinden. Onderzoekers bestudeerden daarom verschillende eiwitten die voorkomen in de ogen van zebravinken. Daarbij stuitten ze op één exemplaar dat zich duidelijk onderscheidde van de rest. De mate waarin dit ene eiwit in het oog voorkwam, bleek – in tegenstelling tot de mate waarin andere eiwitten in het oog te vinden waren – door de dag heen niet te fluctueren.


Cry4
Het eiwit in kwestie draagt de naam Cry4. “Cry4 is een ideale magnetoreceptor aangezien het niveau van dit eiwit in de ogen constant is,” legt onderzoeker Atticus Pinzón-Rodríguez. “Dit is iets wat we zouden verwachten van een receptor die ongeacht het tijdstip gebruikt wordt.” De onderzoekers denken dan ook dat vogels zonder dit eiwit niet aan de hand van het aardmagnetisch veld zouden kunnen navigeren.

Cryptochroom
Cry4 is een zogenoemde cryptochroom. Normaal gesproken reguleren dergelijke eiwitten de biologische klok. Maar eerder vermoedden onderzoekers al dat ze belangrijk waren voor het detecteren van het aardmagnetisch veld. Dit onderzoek lijkt dat voorzichtig te onderschrijven. De onderzoekers denken dat Cry4 ervoor zorgt dat vogels in staat zijn om het aardmagnetisch veld waar te nemen, terwijl andere cryptochromen – die gedurende de dag in verschillende hoeveelheden in het lichaam worden aangetroffen – van belang zijn voor de biologische klok.

Vorig jaar bleek uit onderzoek al dat niet alleen migrerende vogels in staat zijn om aan de hand van het aardmagnetisch veld te navigeren. Zelfs vogels die er in de lente en herfst niet op uittrekken, kunnen het aardmagnetisch veld waarnemen en gebruiken om te navigeren. Pinzón-Rodríguez gaat nu nog een stap verder in zijn conclusies. “De resultaten van dit en vorig jaar wijzen erop dat andere dieren – misschien zelfs alle dieren – magnetische receptoren hebben en magnetische velden op kunnen pikken.”