Een elektrische stroom kan ervoor zorgen dat een embryo van een kikker werkende ogen in zijn staart en maag krijgt, zo blijkt.

De ontdekking op zichzelf is niet echt nieuws. Jaren geleden ontdekte onderzoeker Michael Levin bij toeval dat cellen van kikkers zo op een elektrische stroom reageerden. Maar onduidelijk was of het oog het ook echt deed. Jarenlang bleef de ontdekking in de kast liggen en nu had Levin dan eindelijk de gelegenheid om uit te zoeken of zo’n bizar kikkeroog echt werkte.

Cellen
Om te begrijpen waarom Levin met elektriciteit werkt, moeten we eerst een beeld krijgen van de werking van cellen. Zenuwcellen zijn namelijk niet de enige cellen die met een elektrische lading werken. Gewone cellen kunnen dat ook. Doordat de kern van cellen vaak negatief geladen is en buiten de cellen meer positieve ionen te vinden zijn, ontstaat een elektrische stroom. Wetenschappers toonden eerder al aan dat het veranderen van de lading in cellen grote gevolgen kan hebben. De activiteit van genen wordt aangetast, cellen groeien anders, enzovoort.

WIST U DAT?

…onlangs een haai met één oog is ontdekt?

Ogen
Levin stelde eerst vast dat de elektrische lading in cellen die uit moesten groeien tot ogen anders was dan die van andere cellen. De cellen die ogen moesten vormen, bleken een grotere negatieve lading te hebben. De onderzoekers pasten die lading aan en maakten deze neutraal. Het resultaat? Eiwitten die er normaal voor zorgen dat ogen zich kunnen ontwikkelen, ontstonden niet en de embryo’s van de kikkers ontwikkelden geen normale ogen.

In de maag
Tijd voor een tweede experiment. De onderzoekers namen er weer embryo’s van kikkers bij en veranderden de lading in cellen. Ze zorgden ervoor dat deze meer of juist minder negatieve lading hadden. En wederom leverde dat grote resultaten op. De kikkers ontwikkelden geen ogen in hun hoofd, maar wel in andere delen van hun lichaam: de staart en maag.

Werken ze?
En nu komt het: zouden deze ogen ook werken? Om dat uit te zoeken, stelden de onderzoekers de ogen bloot aan licht en bestudeerden vervolgens het gedrag van het dier. Dat gedrag veranderde zodra het licht op de ogen viel, zo is in het blad Development te lezen. Bewijs dat de ogen in ieder geval in staat zijn om licht waar te nemen. Hoe het brein de signalen van ogen op zulke rare plekken verwerkt, is onduidelijk.

Er moet nog heel veel onderzoek plaatsvinden, want deze studie roept veel vragen op. Maar het is allemaal de moeite van het onderzoeken waard. Want de methode kan mogelijk gebruikt worden om beschadigde lichaamsdelen of beschadigd weefsel te vervangen.