meditatie

Niet iedereen is altijd even compassievol of vindt het even gemakkelijk medeleven te tonen of er iets mee te doen en mensen echt te helpen. Wetenschappers komen met de oplossing: een compassietraining die veranderingen in uw hersenen aanbrengt waardoor uw gedrag verandert.

“Kan compassie getraind en aangeleerd worden bij volwassenen?” dit vroegen onderzoekers aan de University of Wisconsin-Madison zich af. Hun onderzoek dat in het blad Psychological Science staat, onderzocht of een training volwassenen onbaatzuchtig, medelevend gedrag kan bijbrengen en of de training de nodige veranderingen kan aanbrengen in de hersenen, en dan specifiek aan de onderliggende systemen voor compassie. Het bleek dat onze hersenen zo plastisch zijn dat dit sociale gedrag, waarvan u eerder misschien dacht dat het gewoon een karaktertrek is, toch nog kan veranderen op volwassen leeftijd. Na een training wilt u uiteindelijk zelfs die lastige collega of dat ruziënde familielid helpen.

Training
Deelnemers volgden twee weken lang, iedere dag dertig minuten, een training met audio-instructies. De helft deed compassiemeditatie, een oude boeddhistische techniek. Tijdens de meditatie moesten deelnemers zich een situatie inbeelden waarbij iemand leed en zij bij de meditatie wensten dat dit lijden werd verlicht. Om zich hierop te blijven focussen moesten ze zinnen zeggen als: “Moge u vrij zijn van lijden. Moge u vreugde hebben en verlichting.” Eerst beelden zij zich in dat het ging om iemand die heel dicht bij hen stond, hierna kwam de persoon steeds verder weg te staan en uiteindelijk ging het om iemand waarmee de proefpersonen wel eens een conflict hadden zoals een lastige collega. Compassie werd dus steeds moeilijker voelbaar maar de proefpersonen werden hierop geleidelijk getraind. “Het lijkt op een soort krachttraining,” zegt Helen Weng, de hoofdauteur van de studie. “Met deze systematische aanpak, ontdekten we dat mensen daadwerkelijk hun ‘compassie-spier’ kunnen trainen en verlangen om lijdende anderen te helpen.” De controlegroep, de andere helft van de deelnemers, volgde ook een training: cognitieve herwaardering. Hierbij leerden ze hun negatieve gedachten opnieuw te beoordelen en minder negatief te maken.

Wat Weng en haar collega’s te weten wilden komen, was of een dergelijke training mensen onbaatzuchtig kon maken en in actie kon laten komen door vreemden te helpen. Dit deden de onderzoekers door een online spel waarbij de deelnemers een ‘slachtoffer’ dat zij niet kenden, konden helpen door geld te doneren. Mensen die de compassietraining hadden gehad doneerden vaker hun geld. Vervolgens keken zij of individuele verschillen in onbaatzuchtig gedrag te linken waren aan door training veranderde neurale reacties op lijden. Dit deden de onderzoekers door met fMRI de hersenen voor en na de training te scannen terwijl de proefpersonen naar plaatjes keken van lijdende mensen zoals bijvoorbeeld een huilend kind of iemand met brandwonden. Ook hier waren meer veranderingen te zien bij de compassie getrainde deelnemers.

Gedragsverandering
Door de compassietraining waren de deelnemers buiten de training vaker onbaatzuchtig tegenover slachtoffers. In het brein was de activiteit veranderd in hersendelen die betrokken zijn bij sociale cognitie en emotieregulatie waaronder de achterste pariëtale schors en de dorsolaterale prefrontale cortex. De verbindingen tussen dit laatste deel wat zorgt voor de regulatie van emoties, denken en plannen van gedrag, en de nucleus accumbens waren veranderd. De nucleus accumbens is een belangrijk stukje van het beloningssysteem dat ons gedrag beloont met dopamine waardoor we ons goed voelen. De communicatie tussen dit beloningsdeel en de dorsolaterale prefrontale cortex is door die extra en sterkere verbindingen dus toegenomen en verloopt ook beter. En dat zou er wel eens voor kunnen zorgen dat mensen zich beter in elkaar kunnen inleven en vervolgens iets met dat inlevingsvermogen doen, waar ze daarna weer een goed gevoel aan overhouden.

Conclusie: compassie kan bijgebracht worden door een meditatietraining. Dit bleek eerder ook al, maar nu is er duidelijk wat er bij de training gebeurt: neurale systemen in ons hoofd veranderen waardoor we meer onbaatzuchtig gedrag vertonen. We begrijpen het lijden van mensen beter, we leven ons beter in, hebben meer controle over onze emoties en uitvoering van gedrag en we verwerken beloning anders.