De worm – die zo’n 26 gram weegt en 40 centimeter(!) lang is – leefde heel gemoedelijk in een moestuin in het westen van Groot-Brittannië.

Het is de langste aardworm die ooit in Groot-Brittannië is teruggevonden. Maar ook bijna twee keer zo zwaar als de zwaarste wilde aardworm die onderzoekers eerder in handen handen. “Hij weegt ongeveer net zoveel als een kleine chocoladereep,” vertelt Emma Sherlock, namens het Natural History Museum.

Regenworm
De eerlijke vinder van de worm – een man uit Widnes – stuurde het beestje naar het museum. Daar identificeerden ze de worm. Het blijkt te gaan om een gewone regenworm (Lumbricus terrestris). Regenwormen staan bij heel wat dieren op het menu. Doorgaans leven ze – in het wild – dan ook te kort om de afmetingen te bereiken die deze regenworm heeft.

In het museum
De worm krijgt een plekje in de museumcollectie, zo vertelt Sherlock. “Dat lijkt misschien triest, maar door onderdeel te zijn van de wetenschappelijke collectie heeft deze worm een nalatenschap die verder reikt dan ons leven en kan deze wetenschappers vandaag en morgen helpen om deze soort en zijn omgeving te begrijpen en beschermen.”

De recordbrekende gewone regenworm. Afbeelding: Natural History Museum.

De recordbrekende gewone regenworm. Afbeelding: Natural History Museum.

Vruchtbaarheid
Aardwormen spelen een belangrijke rol in hun ecosysteem. Ze verbeteren de vruchtbaarheid van de grond. Ook is de grond dankzij aardwormen beter in staat om koolstof op te nemen. Tevens zorgen de holletjes van de wormen ervoor dat er meer lucht en water de grond binnen kan dringen.

In Groot-Brittannië wordt in het voorjaar en najaar onderzoek gedaan naar aardwormen. Men noemt dat onderzoek Earthworm Watch. En ook het grote publiek kan hierbij helpen. Bijvoorbeeld door in de eigen tuin op zoek te gaan naar wormen. Onderzoekers willen dankzij het onderzoek een beter beeld krijgen van de wijze waarop menselijke activiteiten – zoals het omspitten van de grond of het toevoegen van kunstmest – van invloed zijn op wormen en de mate waarin zij in staat zijn om de grond gezond te houden.