Over het algemeen wordt aangenomen dat kinderen zonder broers of zussen moeite hebben om zich aan anderen aan te passen. Sociale contacten zouden dan ook stroef verlopen. Nieuw onderzoek veegt die vage vermoedens van tafel. Of een kind nu alleen of met tien broertjes of zusjes opgroeit: het maakt niet uit. Vriendjes maken doen ze toch wel.

De laatste jaren is het fenomeen ‘enig kind’ in de spotlight komen te staan. Vrouwen krijgen op steeds latere leeftijd kinderen waardoor het er vaak (noodgedwongen) bij één blijft. Ouders kunnen zich daar best zorgen over maken. Kan het kind straks wel met andere kinderen overweg? “Dit onderzoek suggereert dat er met betrekking tot de sociale ontwikkeling van het kind geen reden is voor ouders om zich zorgen te maken,” concludeert socioloog Donna Bobbitt-Zeher.

Stereotype
Rondom het enig kind hangt nogal een stereotypering: het zou verwend, eenzaam, bazig en moeilijk in de omgang zijn. Dat stereotype stamt nog uit 1896 toen een Amerikaanse psycholoog het enig kind onder de loep nam. Er klopte weinig van zijn studie en in de loop der jaren is er bovendien veel veranderd. Toch bleven de vooroordelen overeind.

Lijst
Onterecht, zo menen de onderzoekers nu. Ook enig kinderen doen het op sociaal vlak prima. De wetenschappers baseren zich op een grootschalig onderzoek onder 13.500 kinderen. De kinderen maakten een lijst van hun vriendjes en vriendinnetjes. Die lijst werd vervolgens door de onderzoekers bestudeerd. Enig kinderen bleken net zo vaak op de lijsten voor te komen als kinderen met broers en/of zusjes.

Norm
“Het is een belangrijke vondst,” vindt expert Susan Newman. “Ik denk dat de cijfers geruststellen. Het toont aan dat je niet meer volgens de norm – moeder, vader en twee kinderen – hoeft te leven.”

Natuurlijk maakt dat alles broers en zussen niet totaal overbodig, zo waarschuwt Laura Padilla-Walker. Ze onderzocht de relaties tussen broers en zussen en ontdekte dat een goede relatie kinderen tussen de tien en veertien kan helpen. Ze voelen zich minder eenzaam en depressief en zijn over het algemeen sneller bereid om te delen. Maar: “Dit zijn essentiële vaardigheden die kunnen worden aangeleerd,” zo weet Padilla-Walker. “Als ouders maar één kind hebben dan moeten ze gewoon wat harder werken om hun kinderen die kans te geven.”