Het scheelde niet veel, of een nieuwe immense ijsberg had het levenslicht gezien.

IJsberg A-74 – een ijsschots bijna net zo groot als de provincie Utrecht – kalfde eerder dit jaar af van de bekende Antarctische Brunt-ijsplaat. Hoewel de ijsberg de afgelopen maanden niet of nauwelijks van zijn plek is gekomen, lijkt ie nu toch weg te drijven. Nieuwe radarbeelden, vervaardigd door de Copernicus Sentinel-1-missie, onthullen de opmerkelijke bewegingen van de ijsberg. En het had niet veel gescheeld, of de Brunt-ijsplaat had opnieuw klappen gekregen.

Hoe ontstond A-74?
In de Brunt-ijsplaat zaten al lange tijd twee grote scheuren. Eén – de zogenaamde Halloween-scheur – verscheen voor het eerst eind oktober in 2016. Deze bleef vervolgens naar het oosten toe groeien naar een gebied dat bekend staat als de McDonald Ice Rumples. Vanuit het zuiden van de ijsplaat zat al 35 jaar een grote scheur. Deze begon zich in recente jaren ineens met een gretige 4 kilometer per jaar naar het noorden toe uit te strekken. En toen ontstond er afgelopen november nog een derde scheur, North Rift genoemd. Deze scheur haastte zich met name in de laatste maanden richting een andere, noordelijker gelegen, grote scheur in de ijsplaat. Begin dit jaar ontmoetten de twee scheuren elkaar. En dat leidde tot de geboorte van A-74.

De beelden onthullen hoe sterke oostenwinden begin augustus tegen de drijvende ijsberg duwden. Het zorgde ervoor dat A-74 naar het zuiden bewoog en rond de westelijke punt van de Brunt-ijsplaat draaide.

Botsing
Volgens de onderzoekers had het niet veel gescheeld, of een nieuwe immense ijsberg had het levenslicht gezien. De enorme ijsberg tikte de kwetsbare Brunt-ijsplaat namelijk lichtjes aan. Als A-74 harder tegen de onstabiele ijsplaat was gebotst, had dit kunnen leiden tot de geboorte van een nieuwe immense ijsberg van maar liefst 1700 vierkante kilometer groot.

De reis van A-74 tussen 9 en 18 augustus. Afbeelding: contains modified Copernicus Sentinel data (2021), processed by ESA, CC BY-SA 3.0 IGO

“Het neusvormige stuk van de ijsplaat dat zelfs groter is dan A-74, blijft – weliswaar ternauwernood – verbonden met de Brunt-ijsplaat,” aldus onderzoeker Mark Drinkwater van ESA. “Als de ijsberg dit stuk harder had geraakt, had het kunnen afbreken. We zullen de situatie nauwgezet in de gaten blijven houden.”

Onderzoeksstation
Dit is met name heel belangrijk omdat op de Brunt-ijsplaat ook een onderzoeksstation te vinden is. Dit station – Halley Research Station – werd in 2017 vanwege oprukkende scheuren in de ijsplaat al 32 kilometer verplaatst naar een veiligere locatie.

Hier zie je het Halley Research Station, officieel aangeduid als Halley Research VI. Het is namelijk al het zesde onderzoeksstation dat de Britten op de Brunt-ijsplaat hebben neergezet. Vanuit het onderzoeksstation doen wetenschappers onder meer onderzoek naar de atmosfeer en ruimteweer. Het onderzoeksstation is op dit moment onbemand; half februari verliet de twaalfkoppige bemanning het onderzoeksstation omdat de winter eraan zit te komen. Sinds 2017 is het onderzoeksstation vanwege de veranderingen die de Brunt-ijsplaat ondergaat ‘s winters niet meer bemand; het ‘s winters namelijk veel lastiger om wetenschappers – indien nodig – te evacueren. Afbeelding: British Antarctic Survey

Hoewel A-74 nog vele kilometers van het onderzoeksstation verwijderd is, wil dat niet zeggen dat het station niets te vrezen heeft. “De situatie is heel dynamisch,” zei Simon Garrod, verbonden aan de British Antarctic Survey, al eerder. “Vier jaar geleden hebben we Halley Research Station verder landinwaarts verplaatst om er zeker van te zijn dat het niet weg zou drijven als er een ijsberg ontstond. Dat was een wijs besluit. Het is nu zaak dat we de situatie goed in de gaten houden en kijken welke impact de recente afkalving heeft op de resterende ijsplaat.” Mocht het nodig zijn, dan zetten wetenschappers het onderzoekstation weer op z’n ski’s en trekken het op die manier gemakkelijk naar een nieuwe plek.

Het is dus mede voor de veiligheid van de bemanningsleden aan boord van het onderzoekstation cruciaal dat de situatie nauwgezet in de gaten gehouden wordt. Dat is overigens dankzij de Copernicus Sentinel-1-missie een fluitje van een cent. De twee satellieten waaruit deze missie bestaat zijn uitgerust met radarsystemen. Dat betekent dat er continue gegevens kunnen worden verzameld – ongeacht of het dag of nacht is. Hierdoor kunnen wetenschappers het hele jaar door – ook wanneer Antarctica volledig in duisternis gehuld is – afgelegen gebieden bestuderen en een oogje in het zeil houden.