Wetenschappers hebben ontdekt dat een gigantische komeet de aarde in 1883 wellicht op een haartje na gemist heeft.

Het was op twaalf en dertien augustus 1883. Astronoom José Bonilla tuurde in Mexico door zijn telescoop en telde wel 450 objecten die elk omringd werden door een soort mist. Dat alles bewoog voor de zon langs. Drie jaar later publiceert Bonilla zijn observaties in het Franse blad L’Astronomie. Niemand kon de observaties verklaren en ze worden afgedaan als ‘stof voor de telescoop’ of ‘veroorzaakt door insecten’, sommigen zien het zelfs als de eerste waarneming van een UFO.

Komeet
In 2011 buigt Hector Manterola zich over de kwestie en hij komt in een paper met een hele andere, zeer verontrustende verklaring. Materola vermoedt dat Bonilla stukjes van een zojuist opgebroken komeet heeft gezien. Dat verklaart waarom er zoveel stukjes bij elkaar waargenomen werden. En het verklaart de ‘mist’ er omheen.

WIST U DAT?

…een onontdekte komeet onlangs nog voor onrust zorgde?

Pons-Brooks
Maar hoe kan het dat Bonilla de enige was die dit gezien heeft? Volgens Manterola komt dat doordat de objecten zich heel dicht bij de aarde bevonden. Alleen vanuit Mexico en alles op die breedte (Sahara, het noorden van India, etc.) bewogen de stukjes van de komeet zichtbaar voor de zon langs. Tegelijkertijd wijst hij erop dat Amerikaanse astronomen de komeet eerder waarschijnlijk al wel hadden waargenomen. Eerder dat jaar maakten zij melding van de komeet Pons-Brooks en dat was wellicht dezelfde.

Hoe groot?
Manterola gaat echter nog verder. Hij berekende ook hoe groot de komeet moet zijn geweest. Hij vermoedt dat de brokstukken ervan een breedte van 50 tot 800 meter moeten hebben gehad. De komeet in zijn geheel moet miljarden tonnen hebben gewogen. En – nu komt het – volgens Manterola bewogen de brokstukken op een afstand van zo’n 600 tot 8000 kilometer van de aarde. Dat zou betekenen dat de brokstukken onze planeet op een haartje na gemist hebben.

Maar wat zou de invloed van zo’n inslag zijn geweest? Manterola stelt dat er zo’n 3272 brokstukken moeten zijn geweest. Elk brokstuk was minstens zo groot als de komeet die de Toengoeska-explosie veroorzaakte. Dat betekent dat we – als de komeet ons niet net gemist had – in twee dagen tijd zo’n 3272 van zulke explosies hadden kunnen verwachten. En dat had zomaar kunnen leiden tot het uitsterven van tal van soorten.