Sommige zijn net zo hoog als de Eiffeltoren. En dragen mogelijk bij aan het dunner worden van de Antarctische ijsplaten.

Dat er onder ijskappen enorme landvormen kunnen ontstaan, is al een tijdje bekend. We weten dat onder meer dankzij de enorme ijskappen die ooit Scandinavië en Noord-Amerika bedekten, maar uiteindelijk zijn verdwenen. Zij lieten verschillende landvormen achter. Denk aan in het landschap uitgekerfde kanalen of uit sedimenten opgebouwde heuvels. Die landvormen ontstonden door smeltwater dat onder de ijskap ontstond en zich een weg baande van onder die ijskap vandaan.

Enorm
Hoewel we dergelijke landvormen vaak zien op plekken waar ijs heeft gelegen, hebben we ze eigenlijk nog nooit gespot onder een nog bestaande ijskap. Dat is ook niet zo gek: de landvormen zijn vaak vrij klein en liggen dan begraven onder kilometers ijs. En toch is een internationaal team van onderzoekers er nu in geslaagd om landvormen onder de Antarctische ijskap te detecteren. En die landvormen blijken enorm te zijn. Ze zijn zo’n vijf keer groter dan de landvormen die we aantreffen op plekken waar ooit ijs lag en soms wel zo hoog als de Eiffeltoren.

Op de foto

Op de foto bovenaan dit artikel zie je een esker in Zweden. Deze ontstond lang geleden onder een dik pak ijs. Toen het ijs smolt, kwam de esker tevoorschijn.

Smeltwaterkanalen en eskers
Aan wat voor landvormen moet je dan precies denken? Nou, bijvoorbeeld aan subglaciale smeltwaterkanalen. Deze tunnels hebben vaak een diameter van enkele meters tot enkele tientallen meters en brengen subglaciaal smeltwater naar de oceaan. Hoe dichter de smeltwaterkanalen bij de oceaan komen, hoe breder ze worden. En hoe breder de kanalen worden, hoe trager het smeltwater gaat stromen en hoe meer sediment het smeltwater afzet. Over een periode van duizenden jaren ontstaan zo uit sedimenten opgebouwde heuvels onder het ijs. En die heuvels – ook wel eskers genoemd – zijn soms wel net zo hoog als de Eiffeltoren, zo schrijven de onderzoekers in het blad Nature Communications.

Die heuvels van sedimenten hebben vrij scherpe toppen. En die toppen beschadigen de onderzijde van het ijs dat over deze heuvels schuift. Dat ijs schuift richting de zee en gaat uiteindelijk deel uitmaken van de ijsplaat: het op het water rustende deel van de Antarctische ijskap. Eerder onderzoek toonde al aan dat dit ijs dunner wordt zodra het op het (warmere) oceaanwater belandt. Maar dit onderzoek suggereert dat het ijs al wordt aangetast en dunner wordt wanneer het nog op het land rust.