De stellaire stroom herbergt zeker 4000 sterren die al 1 miljard jaar samen optrekken.

Onderzoekers ontdekten de enorme stellaire stroom met behulp van gegevens die verzameld zijn door de Gaia-satelliet. Deze satelliet heeft sinds zijn lancering in 2013 de 3D-posities, 2D-bewegingen, helderheid en kleur van meer dan 1,3 miljard sterren vastgelegd. Onderzoekers hebben de nauwkeurige metingen van de satelliet nu gebruikt om de 3D-bewegingen van sterren in de ruimte te meten en de spreiding van deze sterren in kaart te brengen. Het leidde tot de ontdekking van een enorme verzameling sterren die zich relatief dicht bij onze zon bevindt.

Naald in een hooiberg
“Het identificeren van nabije stellaire stromen is zoeken naar de spreekwoordelijke naald in een hooiberg,” legt onderzoeker João Alves uit. “Astronomen hebben lang naar en dwars door deze nieuwe stellaire stroom gekeken, aangezien deze het grootste deel van de nachthemel beslaat, maar nu pas realiseren we ons dat deze er is en dat deze gigantisch is en zich enorm dicht bij de zon bevindt.”


4000 sterren
Naar schatting bestaat de stellaire stroom uit zo’n 4000 sterren. Daarmee is deze aanzienlijk omvangrijker dan de meeste sterrenclusters die ons in de omgeving van de zon bekend zijn. Verder kunnen de onderzoekers concluderen dat de sterren al sinds hun totstandkoming, oftewel zo’n 1 miljard jaar, samen optrekken.

Uit elkaar gerukt
In ons sterrenstelsel zijn tal van sterrenclusters te vinden. En al deze clusters worden uiteindelijk door de zwaartekracht van de Melkweg uit elkaar gerukt. “De meeste sterrenclusters in de galactische schijf vallen snel na hun geboorte uiteen, omdat ze niet genoeg sterren herbergen,” stelt onderzoeker Stefan Meingast. En dus niet genoeg zwaartekracht hebben om de sterren waaruit ze zijn opgebouwd bij elkaar te houden. “Zelfs in de omgeving van de zon zijn er echter enkele clusters met voldoende stellaire massa om enkele honderden miljoenen jaren stand te houden. Dus in principe zou je verwachten dat er in de schijf van de Melkweg ook grote, stroom-achtige restanten van clusters te vinden zouden moeten zijn.” En dat is precies wat onderzoekers nu hebben ontdekt: een cluster dat langzaam maar zeker uit elkaar wordt getrokken.

Omdat de stellaire stroom zich vrij dicht bij de aarde bevindt, zijn er talloze mogelijkheden voor vervolgonderzoek. Zo kunnen onderzoekers de stroom bijvoorbeeld gebruiken om meer te weten te komen over het zwaartekrachtsveld van ons sterrenstelsel. Ook zou men rond de sterren in deze stroom op jacht kunnen gaan naar planeten.