De eerste met olie vervuilde vogel van de olieramp in de Golf van Mexico werd op 30 april voor de Amerikaanse kust gevonden. De komende dagen en weken spoelen er waarschijnlijk meer dieren aan. Maar is het wel verstandig om de dieren te redden? Is vervangen niet goedkoper?

Verzamelen, schoonmaken en zorgen voor een olievervuilde otter kost 3.000 tot 4.000 euro. Aan een olievervuilde zeevogel hangt een prijskaartje van 450 tot 550 euro. De prijzen zijn vergelijkbaar met de ‘vervangende waardes’ van dezelfde dieren, oftewel de kosten om nieuwe dieren te fokken en in het wild uit te zetten.

Ondanks de kosten en andere problemen zijn David Jessup en Jonna Mazet van het Marine Wildlife Veterinary Care & Research Center van mening dat het belangrijk is om olievervuilde dieren te helpen. “Het helpen van deze dieren oefent waarschijnlijk directe invloed uit op de biologische waarden en de instandhouding van een ecosysteem.”

Op dit moment zijn organisaties in de Amerikaanse staat Louisiana klaar om de vervuilende dieren te helpen. Training van vrijwilligers is daarbij essentieel. “Het publiek kan namelijk niet zomaar olievervuilde dieren meenemen”, vertelt Nils Warnock van het California Oiled Wildlife Care Network. Als een mens in aanraking komt met de olie, kan dit leiden tot gezondheidsproblemen.

Door een explosie op een boorplatform – waarbij elf medewerkers van BP om het leven kwamen – ontstonden op dinsdag 20 april twee lekken in de pijpleiding. Hierop had een klep grotere problemen moeten voorkomen door de pijpleiding per direct geheel af te sluiten. Maar die klep kwam om wat voor reden dan ook niet in actie. Het gevolg: miljoenen liters olie in de Golf van Mexico.