Het gebied – lang gezien als een laatste toevluchtsoord voor soorten die echt niet zonder zee-ijs kunnen – lijkt de gevolgen van de opwarming van de aarde nu ook al te gaan voelen.

Het noordpoolgebied warmt razendsnel op; veel sneller dan de rest van de aarde. Het heeft grote gevolgen voor het ijs dat in het hoge noorden traditiegetrouw op de zeeën rust. Het zee-ijs wordt dunner en minder omvangrijk. Het is een groot probleem voor soorten die van dit zee-ijs afhankelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan ijsberen en walrussen die vanaf het zee-ijs naar voedsel zoeken.

Last Ice Area
Lang werd gedacht dat er ondanks die stijgende temperaturen en het smeltende zee-ijs toch nog wel een beetje hoop was voor deze soorten. Ze konden namelijk altijd nog uitwijken naar een gebied dat aangeduid wordt als de Last Ice Area. Dit gebied is te vinden ten noorden van Groenland en Canada.

“Zee-ijs circuleert in het Arctisch gebied,” legt onderzoeker Axel Schweiger uit. “Het volgt een specifiek patroon en verzamelt zich van nature voor de noordkust van Groenland en Canada.” En als we de klimaatmodellen moeten geloven, houdt dat zee-ijs daar nog wel even stand. “Als je klimaatmodellen vooruitspoelt naar 2100 zie je dat het ijs hier ‘s zomers het langst weet te overleven.”

Smelten
Maar de werkelijkheid is mogelijk anders, zo stellen Schweiger en collega’s in het blad Communications Earth & Environment. Voor hun studie bogen ze zich over de Wandelzee, gelegen ten noorden van Groenland, in die zogenoemde Last Ice Area. Ze keken hoe het het zee-ijs in de zomer van 2020 verging. En dat leidt tot een ontnuchterende conclusie: ook dit zee-ijs kan heel snel smelten.

Het onderzoek
Ook in de Wandelzee is het zee-ijs in de afgelopen jaren wel dunner geworden. Maar in het voorjaar van 2020 was het zee-ijs er juist bovengemiddeld dik. Daarmee stond het zee-ijs er aan het begin van de zomer – een periode waarin het zee-ijs door zomerse temperaturen altijd wat inlevert – goed voor. Maar halverwege augustus noteerden de onderzoekers tot hun grote verbazing een recordbrekend lage concentratie zee-ijs.

Weer en klimaat
Met behulp van satellietdata en modellen gingen de onderzoekers na hoe dat toch mogelijk was. Het onderzoek wijst uit dat 80 procent van de afname te herleiden is naar het weer, zoals het ontstaan van krachtige winden die het zee-ijs opbraken en in beweging brachten. De overige 20 procent is te herleiden naar het feit dat het zee-ijs door toedoen van klimaatverandering door de jaren heen steeds dunner wordt.

“In de winter en lente van 2020 had je stukken ouder, dikker zee-ijs die hierheen waren gedreven,” legt Schweiger uit. “Maar er was ook genoeg dunner, nieuwer ijs dat smolt, waardoor de oceaan op sommige plekken open kwam te liggen.” En waar zee-ijs – doordat het zo licht is – zonlicht en -warmte reflecteert, absorbeert die donkere oceaan de warmte juist. En dat leidde tot nog meer smelt. “Dus zelfs in jaren waar de ijsbedekking in dit gebied wordt aangevuld met ouder en dikker ijs, helpt dat niet zo goed als je misschien zou denken.”

Veel vragen
Het roept natuurlijk de vraag op hoe standvastig het zee-ijs in de Last Ice Area werkelijk is. Meer onderzoek daarnaar is hard nodig, zo stellen de onderzoekers. Want hun studie beperkt zich tot de Wandelzee en dus is nog niet bewezen dat het zee-ijs in de gehele Last Ice Area kwetsbaarder is dan gedacht. Ook is nog onduidelijk wat het afsmelten van zee-ijs en meer open water zou betekenen voor de dieren in het gebied. “We weten heel weinig over de mariene zoogdieren in de Last Ice Area,” stelt onderzoeker Kristin Laidre. “We hebben bijna geen historische of hedendaagse data en de realiteit is dat er als het om de toekomst van deze populaties gaat meer vragen dan antwoorden zijn.”

In afwachting van dat vervolgonderzoek zijn de bevindingen van Laidre en collega’s in ieder geval weinig hoopgevend. Want het zee-ijs blijft dunner worden en dus mogen we verwachten dat het ook steeds vaker voorkomt dat er ‘s zomers ook in de Last Ice Area steeds minder zee-ijs ligt. “Wij suggereren dat de Last Ice Area, een belangrijk toevluchtsoord voor soorten die afhankelijk zijn van zee-ijs, minder goed bestand is tegen de opwarming van eerder werd gedacht.”