De theorie dat elke 26 miljoen jaar een planetoïde op aarde inslaat, kan van tafel.

Dat stellen Zwitserse onderzoekers in het blad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Ze baseren zich op een onderzoek naar zo’n 22 kraters op aarde.

Het onderzoek
Op dit moment zijn ons zo’n 190 inslagkraters op aarde bekend. De onderzoekers richtten zich tijdens hun studie op de kraters die de afgelopen 500 miljoen jaar – dus sinds het ontstaan van complexe levensvormen – zijn ontstaan. 22 van deze kraters zijn zeer nauwkeurig gedateerd. Met deze kraters gingen de onderzoekers verder: ze keken of er een regelmaat in het ontstaan van kraters te ontdekken viel. “We hebben bepaald dat planetoïden de aarde niet met periodieke intervallen raken,” concludeert onderzoeker Matthias Meier.

Nemesis
En daarmee heeft hij – samen met collega’s – een vrij populaire hypothese van tafel geveegd. Deze hypothese stelt dat de aarde ongeveer elke 26 miljoen jaar door een planetoïde geraakt wordt. Sommige onderzoekers wijten dat aan een nog onontdekte dwergster – Nemesis – die rond de zon zou cirkelen. De ster zou één keer in de 26 miljoen jaar dicht bij de zon in de buurt komen en planetoïden richting de aarde zou slingeren. En over een slordige 10 miljoen jaar zou Nemesis dat opnieuw doen. Onzin dus, zo stellen de onderzoekers.

Dat in 2015 nog een onderzoek verscheen dat suggereerde dat planetoïden wel periodiek op aarde inslaan, denken de onderzoekers wel te kunnen verklaren. Ze wijzen erop dat ze in hun onderzoek kraters met vergelijkbare leeftijden tegenkwamen. “Sommige van deze kraters kunnen zijn ontstaan door de botsing van een planetoïde die vergezeld gaat door een maan,” stelt Meier. “Maar in andere gevallen zijn de plaatsen van inslag te ver van elkaar verwijderd om zo verklaard te worden.” Als voorbeeld haalt hij de beroemde Chicxulub-krater in Mexico aan (deze getuigt van de inslag die de dinosaurussen fataal werd) en de minder bekende Boltysh-krater in Oekraïne. Beide kraters zijn vrijwel tegelijkertijd ontstaan. “We kunnen dat niet precies verklaren.” Wellicht is het het resultaat van een botsing in de planetoïdengordel, waarbij twee brokstukken zijn ontstaan die vervolgens snel hun weg richting de aarde hebben gevonden. Een aantal van die kraters van vergelijkbare leeftijd kunnen – temidden van kraters die niet periodiek zijn ontstaan – in een statistische analyse het idee wekken dat er toch sprake is van periodiciteit. En daar zijn eerdere onderzoeken de mist ingegaan, aldus Meier.