De nieuwe Rode Lijst is er. En daarop vinden we dit jaar 25.062 soorten die met uitsterven bedreigd worden.

Een aantal soorten springt eruit. Zo treffen we op de Rode Lijst bijvoorbeeld één van Noord-Amerika’s meest wijdverspreide boomsoorten aan: de es. Ook staan er maar liefst vijf Afrikaanse antilopensoorten op. “Zelfs de soorten waarvan we dachten dat ze in ruime getallen aanwezig waren, zoals antilopen in Afrika of essen in de VS, lopen nu een groot risico op uitsterven,” stelt directeur-generaal van de International Union for Conservation of Nature, Inger Andersen.

Voor het samenstellen van deze Rode Lijst werden 87,967 soorten bestudeerd. 25,062 van deze soorten worden momenteel met uitsterven bedreigd. 5403 soorten zijn ernstig bedreigd, 8152 soorten worden bedreigd en 11,507 soorten zijn kwetsbaar.

Essen
In het geval van de es is dat met name te wijten aan een invasieve keversoort. De essenprachtkever heeft al tientallen miljoenen bomen in de VS en Canada geveld en kan naar schatting het einde van nog eens zo’n acht miljard bomen inluiden. Het zorgt ervoor dat nu vijf bomen uit het Fraxinus-geslacht (essen) in Noord-Amerika als ‘ernstig bedreigd’ te boek staan. Een andere boom uit hetzelfde geslacht heeft het stempel ‘bedreigd’ gekregen. “Essen waren razendpopulair in de VS,” vertelt boomspecialist Murphy Westwood. “We hebben er miljoenen van geplant langs onze straten en in onze tuinen. Hun afname, die zo’n 80% van de bomen treft, zal de samenstelling van zowel natuurlijke bossen als stadsbossen drastisch veranderen.” Maar dat betekent niet dat de es reeds als verloren moet worden beschouwd. “Vanwege hun grote ecologische en economische waarde, zijn onderzoekers is verschillende sectoren hard op zoek naar een manier om het uitsterven van deze soort te stoppen. Dat biedt hoop voor het voortbestaan van deze soort.”

Antilopen
Dat ook de antilopen het moeilijk hebben, is grotendeels toe te schrijven aan de mens. Van vier van de vijf soorten die nu met uitsterven bedreigd worden, werd tot voor kort gedacht dat ze helemaal niet bedreigd werden. Maar stroperij, verlies van leefgebied en concurrentie met vee voor water en voedsel heeft daar verandering in gebracht en hun aantallen nemen rap af. “De hoeveelheid antilopen is afgenomen met het toenemen van de menselijke bevolking,” stelt onderzoeker David Mallon. “De mens neemt immers natuur in voor landbouw, nederzettingen en de aanleg van wegen, gebruikt natuurlijke hulpbronnen en jaagt op niet-duurzame wijze.”

Sprinkhanen en duizendpoten
Andere organismen waar we ons op basis van de nieuwe Rode Lijst zorgen over moeten maken, zijn duizendpoten en doornsprinkhanen die enkel op Madagaskar voorkomen. Van de 71 endemische soorten doornsprinkhanen wordt bijna 40% met uitsterven bedreigd, terwijl van de 145 endemische soorten duizendpoten meer dan 40% met uitsterven bedreigd wordt.

Het goede nieuws
Er is ook goed nieuws. Zo staan sommige soorten er nu beter voor dan in het recente verleden. Dat overkwam bijvoorbeeld de sneeuwpanter die eerder te boek stond als ‘bedreigd’, maar nu het stempel ‘kwetsbaar’ heeft gekregen. De panter heeft het nog steeds moeilijk, maar de maatregelen die zijn genomen om de soort te redden – bijvoorbeeld het bestrijden van stroperij – werpen hun vruchten af. Ook de Rodriguesvleerhond doet het beter en wordt nu ‘bedreigd’ in plaats van ‘ernstig bedreigd’. Ook dat is te wijten aan een betere bescherming van de soort en diens leefgebied.

Met het opstellen van de Rode Lijst wil het IUCN inzichtelijk maken welke soorten meer aandacht en bescherming nodig hebben. Dat we de lijst serieus moeten nemen, bewijst onder meer de kleine vleermuis Pipistrellus murrayi. Het beestje stond te boek als ernstig bedreigd. Maar op de nieuwe Rode Lijst heeft de soort het stempel ‘uitgestorven’ gekregen. Het laatste exemplaar van de soort werd in augustus 2009 gespot en verdween een maand later. Sindsdien is er geen spoor meer van de vleermuis vernomen. En dus moet het IUCN nu concluderen dat deze is uitgestorven. De oorzaak is niet helemaal duidelijk. Mogelijk is het te wijten aan een combinatie van factoren: invasieve mieren die het leefgebied van de vleermuis aantastten, invasieve soorten die het op de vleermuis zelf voorzien hadden en een onbekende ziekte.